Gelukkig nieuwjaar

Het regent en de boodschappentas snijdt in mijn schouder. In de winkel besloot ik om toch maar een extra fles wijn mee te nemen voor de vriendin die ik vanavond bezoek, toch maar een blikje energiedrank omdat ik morgen ga wokken met oma, toch maar wat bier voor de visite straks, toch maar chips. Het paste niet in mijn rugzak en daarom loop ik nu met een grote gele tas onder mijn arm.

In de verte loopt een vrouw. We wandelen elkaars richting op. Grappig, denk ik, ze loopt net als een zombie. Ze kijkt recht vooruit en beweegt alleen haar benen. Haar armen hangen langs haar lichaam. Als de vrouw iets dichterbij is, zie ik de uitgroei in haar rode haren. Haar eigen haarkleur is zo licht als haar huid, daardoor lijkt het vanaf een afstand alsof er plukken haar uit haar hoofd getrokken zijn. Dan valt het me pas op dat de vrouw geen jas draagt. Als we elkaar passeren zie ik schrammen en wonden in haar gezicht.

Ik loop door.

Moet ik me omdraaien?

Ik loop gewoon door.

Wat doe je als je ziet dat het niet goed met iemand gaat? Mensen hebben tegen me gezegd dat ik niet iedereen moet willen helpen. Ik begrijp dat advies, niemand kan iedereen helpen. Zelf heb ik ook wel eens hulp nodig.

Ik wil liever dat iemand me adviseert over wanneer je door moet lopen en wanneer je stopt. Wanneer je ergens aan moet blijven denken en wanneer je loslaat. Ik kan me schuldig voelen over alles wat ik vergeten ben, er zijn zoveel mensen aan wie ik had moeten denken.

Waar gaat deze vrouw naartoe?

Ik leerde eens over wat Levinas zei over verantwoordelijkheid voor de Ander. Dat hielp me toen. Nu kan ik me niet exact genoeg herinneren wat hij zei om me er nog iets aan te hebben. En ik denk niet dat ik er iets aan zou hebben als ik het me wel kon herinneren. Het zijn maar woorden. Letters. Dat denk ik niet vaak: het zijn maar woorden. Maar deze vrouw is echt en ik weet niet wat ze doet als het straks twaalf uur is.

Straks ga ik douchen. Dan trek ik een nieuw shirt aan. Ik smeer glitters op mijn ogen, hoewel ik eerder deze maand las over de bijdrage van glitter aan de plastic soup.

Om half zes komt een vriendin bij me eten. Ik zal me zorgen maken over of het eten wel lekker genoeg is. We zullen lachen en klagen over de dingen die we meemaken.

Later ga ik naar een andere vriendin. Ik heb er zin in om haar te zien. Ik vond een boek voor haar in de kringloop. Ik zal het boek geven, ze zal er blij mee zijn. Ook wij zullen lachen en klagen.

Om twaalf uur kus ik de man. We zullen elkaar beloven dat we er een mooi jaar van maken. Ik zal beseffen hoe blij ik ben dat ik hem heb leren kennen en ik denk alleen aan hem.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *