Eerste rijles

Het begon goed al voordat het begonnen was. Ik draag haast geen broeken en drie minuten voor ik opgehaald zou worden, kon ik alleen een panty vinden met een groot gat bij het kruis. Die had ik niet zo gekocht, maar kennelijk pakte de panty op een gegeven moment zo uit, al weet ik niet waar en wanneer dat gebeurd is.

De belangrijkste les die ik vandaag leerde is dat ik ook op de meest zelfbewuste momenten uitstekend af te leiden ben, als ik maar voldoende knoppen heb, om me op te richten.

‘Doe maar rustig aan,’ zei de instructeur.
‘Daar heb ik moeite mee,’ zei ik. ‘Al mijn hele leven.’

‘Daar had je bijna een stoeprand te pakken,’ zei de instructeur. ‘Doe maar rustig aan. Je wil teveel tegelijkertijd. Nee, niet schakelen nu. Alleen remmen. Remmen. Remmen.’

‘Wat is het warm in de auto,’ zei ik.
‘Er staat zelfs een raampje open,’ zei de instructeur.

‘Ik herken het hier niet,’ zei ik. ‘Waar zijn we?’
‘Dat is niet belangrijk,’ zei de instructeur. ‘We zijn op tijd weer terug.’

Ik zette de ruitenwissers aan. ‘Oeps,’ zei ik. ‘Haha’.
De instructeur lachte niet.

‘Doe maar rustig. Gewoon rustig. Zie? Als je het rustig doet, gaat het veel beter. Kijk, nou heb je de lichten uitgedaan.

Weer in de binnenstad zei de instructeur dat veel fietsers een doodswens hebben. Ik vond het een rare opmerking. ‘Op de fiets heb ik ook altijd een doodswens,’ zei ik.

De ruitenwissers sprongen weer aan.

‘Pas op, pas op, pas op. Anders kom je tegen de andere auto’s aan. Dóór de bocht kijken. Zo, ja.’

‘Ik deed iets soepels met de koppeling en het gaspedaal.
‘Dit ging toch wel goed?’ vroeg ik. ‘Volgens mij haperde de auto niet.’
‘Ja,’ zei de instructeur. Hij keek op van zijn telefoon. ‘Dan ging dat al veel beter.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *