Een opgeruimd huis

Ik begin weer te dromen. Misschien zijn dromen de plekken waar je gevoel voor het eerst terugkomt als het lang weg is geweest. Al mijn dromen zijn vol angst. Afgelopen week stierf mijn oma twee keer. Ik ging vreemd en verzuimde het Oscar te vertellen. Ik pieker in mijn dromen.

Overdag proberen ze me mijn gevoel terug te geven door middel van groepstherapie. Ik doe er graag aan mee, er moet inderdaad iets veranderen, maar ik had niet het idee dat er iets miste. Eerder dat ik te veel van iets had. Zoals mijn huis te veel spullen heeft.

Binnenkort ga ik verhuizen naar een grotere woning. Een zonder tuin, maar met uitzicht. In mijn tuin durf ik al jaren niet meer te komen. Ik ruim een voor een alle ruimtes van mijn huidige huis leeg. Eerst de schuur. Dan het keldertje onder de trap. Ik gooi veel weg. Een deel van de spullen stop ik in dozen, waarop ik de inhoud noteer. Alles waarvan ik niet weet of ik het moet bewaren gooi ik op een hoop. Straks heb ik een leeg huis met een berg troep in het midden van mijn woonkamer.

De vergelijking tussen mijn huishouden en mijn innerlijke belevingswereld is gemakkelijk gemaakt. Ik begrijp wat de rommel in mijn huis betekent. Wat niets weggooien betekent. Wat niemand binnenlaten betekent.

Ik weet niet wat verhuizen betekent. Misschien is dat de reden dat ik ineens spijt kreeg toen ik vorige week mijn nieuwe woning bezichtigde. Ik heb geleerd niet te vertrouwen op wat ik denk dat ik voel. Morgen teken ik het huurcontract.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *