Een man

1.
Er was eens een man die naar me luisterde toen ik wilde praten. Hij zat op de bank en ik vertelde over hoe het allemaal echt niet langer ging. Hij knikte met zijn hoofd, soms schudde hij ermee en als ik hem de gelegenheid gaf, kwam hij met bezwaren. Ik luisterde niet. De man wachtte tot ik uitgesproken was en zag hoe ik vertrok. 

Het duurde dagen voordat ik rustig was en nadacht. De man wilde nog eens met me praten.

2.
Er was eens een man die me verwachtte. Toen ik eenmaal bij hem was, was ik zo moe, dat ik meteen op zijn bank ging liggen. Ik wilde een dekentje en hij stopte me in. Ik dacht eraan hoe ik dat normaal gesproken niet van iemand zou tolereren. Terwijl hij voor ons kookte, viel ik in slaap.

Aan tafel vertelde ik dat het bijzonder is dat ik hem voor me laat zorgen.
‘Wacht even,’ zei de man, ‘ik kook voor je en moet er dankbaar voor zijn dat dat mag?’
‘Ja,’ zei ik. De man schepte zichzelf nog wat noodles op.

3.
Er was eens een man die op zaterdag met me naar Ikea wil.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *