Dichtbij

1.
Op de middelbare school werd intimiteit onderling besproken aan de hand van een honkensysteem dat net wat meer tekort schoot dan de seksuele voorlichting die we bij biologie kregen. De eerste honk was zoenen, bij honk twee had je aan elkaar gezeten, honk drie stond voor orale dienstverlening en als je honk vier had bereikt, had je seks gehad. Seks was dat waarbij je je maagdelijkheid verloor.

Pas nadat ik een home run had gelopen (dat was het idee van de honken, geloof ik, een einddoel halen) leerde ik begrijpen dat de nummering van de honken niet per se een logisch stappenplan weergaven.

2.
Er was deze week een misverstand. Ik moest huilen, maar zei toch dat er niets met me aan de hand was. Later besloot ik alsnog te vertellen dat ik gehuild had, dat het misverstand me had geraakt. Er ontstond een type gesprek dat ik nog niet echt ken. 

3.
Ik vind het vervelend als anderen een boterham bij me eten. Ik ben bang dat ik het verkeerde brood in huis gehaald heb, te goedkoop, te bruin of met te veel pitjes. Als de zak al open is, ben ik bang dat de ander het brood niet vers genoeg vindt en me erom veroordeelt. Als de zak nog dicht is vrees ik daar ook voor. Liever haal ik afbakbroodjes voor bezoek. Ik vind het dan weer niet erg als die te kort of te lang in de oven gezeten hebben.

Een gedachte over “Dichtbij

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *