Denken

1.
Een vriendin liet me weten James Dean gezien te hebben in de supermarkt. Hij was mijn type. Ik probeerde te bedenken of het de echte geweest was of iemand die op hem leek. Het leek me niet onmogelijk dat James Dean een half brood afrekende bij Jumbo. Beroemdheden moeten zich toch ergens bevinden. Wel vond ik het gek dat ik niet wist hoe James Dean er tegenwoordig uitzag, ik herinnerde me alleen oude foto’s. Pas nadat ik had besloten dat het een dubbelganger geweest moest zijn, snapte ik dat het alleen een dubbelganger geweest kón zijn.

2.
Ik wisselde berichten uit met een leuke man. Hij stelde een vraag en zei daarbij te hopen niet als een redman te klinken. Shit, dacht ik. Wat is een redman? Soms heb ik er weinig moeite mee om dom over te komen, maar in deze situatie wilde ik me van mijn beste kant laten zien. Ik probeerde met behulp van Google uit te zoeken wat de man bedoelde. Redman is een rapper, maar daar doelde hij vast niet op. Net voor ik de man wilde vragen wat een redman is, bedacht ik dat ik de term even eerder zelf geïntroduceerd had. Ik vergeleek mannen die hun hulp aanbieden en me willen redden met manke jagers die op zoek zijn naar kreupele herten.

3.
In de Herestraat wordt gewerkt aan een nieuwe winkel. De zaak opent binnenkort voor publiek, nu lopen er alleen nog werkmannen met helmen in en uit. De gevel is al grotendeels klaar, zodat iedereen alvast kan zien wat voor waardevolle toevoeging er aan het huidige winkelaanbod gedaan wordt. Stradivarius staat er met witte letters op geschreven. Wauw, denk ik. Een vioolwinkel op zo’n locatie. En ook nog eens in zo’n groot pand.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *