De parkeerplek

Ik verhuisde naar een prachtige woning met een prachtig uitzicht en verfde een muur prachtig blauw. Ik kocht een prachtige stoel. 

Bij de woning zat een vaste parkeerplek in de ondergrondse parkeergarage. Als mensen op visite kwamen en zeiden dat mijn huis zo prachtig was, herinnerde ik ze aan de plek in de ondergrondse parkeergarage, die ook bij mijn woning hoorde.

Er ontstond snel gedoe rondom de parkeerplaats. Iemand anders zette er steeds zijn auto neer, hoewel mijn huisnummer bij de plek hing. Toen ik mijn auto er een paar keer parkeerde, werd er met onnodig veel plakband een wat agressieve mededeling op mijn zijruit geplakt. Dit was niet mijn parkeerplek, zoveel stond er ongeveer. Ik belde een paar keer met de woningbouwvereniging, daar wisten verschillende afdelingen niet hoe het zat. Misschien hing mijn nummer er, maar was het toch de plek van een ander.

Het duurde maar en het duurde maar. Dit is een goed feuilleton, dacht ik.

Enkele oudere flatgenoten hadden ook al opgemerkt dat er iets niet klopte, ze hadden uitgedokterd dat de gele auto van mij was en dat deze soms achter de flat geparkeerd stond. Ze stonden beneden in de hal te discussiĆ«ren (roddelen is zo’n onaardig woord) over de kwestie toen ik binnenkwam. Ik moest er echt werk van maken, zeiden de dames.

Vandaag kreeg ik een mail van de woningbouwvereniging. Sorry. Vergissing. Er hoort helemaal geen parkeerplek bij de woning. Zo hadden ze de woning nooit aan me mogen aanbieden. Ze zouden kijken naar een mogelijke oplossing.

Even was ik heel boos. En dat ben ik nog steeds een beetje. Maar ik dacht ook: wat is het een luxe om je druk te kunnen maken over of je je auto binnen kan parkeren. En nog beter: er is een allesoverheersende onverschilligheid verdwenen die me al jaren in de weg zat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *