De blik van een ander

Toen ik vorige week na een date voor mijn huis stond te zoenen, wist ik dat er een moment zou komen waarop ik iets moest zeggen. Voor je huis met iemand staan zoenen is leuk, maar je kan het geen uren volhouden. Je moet vanzelf een keer naar de wc, je krijgt dorst en bovendien staat je date te wachten op of je ‘het was leuk, tot de volgende keer’ of ‘kom, we gaan naar binnen’ zegt.

Ik vroeg de man mee naar binnen.

Wie me kent weet dat ik dat niet zomaar doe. Dat heeft niets te maken met mijn opvattingen over wanneer je wel of geen seks zou moeten hebben, maar ik heb liever geen anderen in mijn huis. 

Er zijn meestal twee manieren waarop ik naar mijn huis kijk, afhankelijk van hoe ik me voel. Als ik tevreden ben zie ik hoe het zou moeten zijn, of hoe het kan worden. Mijn boekenkast is geordend en ik heb mijn boeken allemaal gelezen. Er liggen plinten langs de muren. De hoeken zijn vrij van rommel. Er bestaat geen gruis. De resten van het feestje dat ik in oktober gaf zijn opgeruimd.  

Als ik minder goed gestemd ben, zie ik hoe mijn huis eerder is geweest. De rommel heeft zich zo opgestapeld dat er orde in is ontstaan. Er loopt een pad van mijn stoel naar de deur. De gordijnen zijn dicht. Het stinkt en het is onduidelijk waar de geur vandaan komt. Van overal, misschien. Wat je ook wil doen in deze woning, je weet niet waar je moet beginnen.

Wanneer er iemand op visite komt, dringt diegene me een andere blik op. Onbedoeld. Ik kan niet anders dan proberen te achterhalen hoe de ander mijn huis ziet. Ik zie waar iemands ogen op blijven hangen als hij mijn kamer rondkijkt. Ik zie of iemand gemakkelijk achterover leunt, of rechtop op de bank blijft zitten. Ik weet uitstekend wat ‘goh, wat heb je veel spullen’ betekent. 

Je huis zegt iets over wie je bent. Hoe je je huis inricht. Hoe je met je huis omgaat. Wie je erin toelaat. Kennelijk ben ik introverter dan ik dacht te zijn.

Gefotografeerd worden vind ik misschien nog lastiger. Gelukkig is het steeds gemakkelijker om te proberen de werkelijkheid overeen te laten komen met het beeld dat ik van mezelf heb. Ik weet ongeveer hoe ik moet kijken om voordelig op de foto te komen. Wanneer een vriendin een selfie van ons maakt, laat ik haar de foto meteen wissen als ik vind dat ik er lelijk opsta. Instagram heeft flatterende filters. 

Ik weet dat ik mezelf voor de gek hou, maar het is comfortabel.

Toen ik gefotografeerd zou worden door een fotograaf die ik waardeer, wist ik dat er geen ruimte zou zijn om mezelf voor de gek te houden. Ik ken de portretten die hij van daklozen maakt. Ze zijn confronterend. De mensen op de foto worden niet opgepoetst. Ze zijn zoals ze zijn. Het zijn foto’s die je niet zomaar door iemand laat maken. Soms kijkt iemand je vanaf de foto direct aan. Ook dat is confronterend: enkele daklozen herken ik, terwijl ik ze nog nooit gesproken heb. Op een bepaalde manier heb ik via een foto dan meer contact met iemand, dan we ooit in het echt gehad hebben.

De fotograaf stelde voor me thuis te fotograferen. Of in een louche bar. Hoewel een louche bar aanlokkelijk en vooral veilig klonk, nodigde ik de fotograaf thuis uit. 

Ik beloofde hem niet op te ruimen.

De fotograaf nam een blik mee die ik niet kende. ‘Wauw,’ zei hij toen hij mijn woonkamer binnenstapte. ‘Hier kan je goede foto’s maken.’

De fotograaf was druk. Hij praatte veel. Dat beviel me. Als iemand anders ook druk is, voel ik me sneller op mijn gemak. De fotograaf vertelde over zichzelf. Of nee, we hadden een gesprek. Ik vertelde over mijn moeite met visite en over schrijven. De fotograaf vertelde over zijn angsten, over fotografie en over zijn vrouw. 

Ik vertelde dat ik me ongemakkelijk voel als ik op de foto gezet word. De fotograaf zei ongemak iets goeds te vinden. Dat ben ik met hem eens en gek genoeg nam dat wat van mijn ongemak weg. Dat de fotograaf een broek met een scheur droeg hielp ook.

Ik schonk appelsap in. 
‘Lekkere appelsap,’ zei de fotograaf.
Ik vertelde dat het biologisch was. Zoiets dacht hij al.

De fotograaf trok mijn gordijnen verder open dan ze dit jaar geweest waren. Ik verbaasde me over de hoeveelheid licht die binnenviel. De fotograaf vertelde dat ik een donkere kamer heb. Hij vond dat iets positiefs, al maakte het het fotograferen wat moeilijker en weet ik zeker dat mijn huis niet zijn smaak is. 

We wilden elkaar muziek laten horen, maar in ons enthousiasme luisterden we geen nummer uit. Uiteindelijk zette de fotograaf muziek op waar hij goed bij kon werken. Hiphop.

Er werden stoelen verschoven en ik maakte me nauwelijks druk over de rommel die ik al maanden onder stoelen had geveegd. Ik werd op plekken neergezet, zonder dat ik me gedirigeerd voelde. Ondertussen bleven we praten. Over geloof en idealen. Over afkomst. De fotograaf haalde een andere camera uit zijn tas. Hij vertelde nog iets over zijn vrouw. Ik vertelde over een man in mijn leven. Iemand die ik tot voor kort nog een date noemde.

Ineens, haast zonder dat ik doorhad dat ik er beland was, zat ik op een kruk voor mijn boekenkast. De fotograaf zat voor me, de camera was intimiderend dichtbij. 

‘Nu recht in de lens kijken,’ zei de fotograaf. En ik keek recht in de lens. 

4 gedachtes over “De blik van een ander

  1. Heel mooi. En ik herken dat, ineens door andermans ogen naar je huis kijken. Ik heb het afgeleerd. Mensen die eerst de rommel zien en dan het mooie of gezellige vraag ik toch niet nog een keer.

  2. Dank je, Jirke,
    dat ik door jouw verhaal een kijkje in je huis mag nemen!
    Laatst las ik weer eens in een boek van CG Jung dat je huis in je dromen symbool staat voor je zelf, wat ik in jouw verhaal over jouw huis ook herken. Omdat je zo helder en eerlijk hierover schrijft, laat je me met frisse moed kijken naar het mijne door de blik van een ander, groetjes, Rike

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *