Loslaten, meenemen

Ik nam afscheid van een buurman. Een andere buurman ziet komend weekend waarschijnlijk dat ik dozen in een bus laad, dan zal ik hem bevestigen dat ik vertrek.

Nog drie nachten in dit huis.

Ik denk aan de tweede keer dat ik met Oscar afsprak, hij bracht me na afloop van de date naar huis en zoende me voor mijn huis, midden op de straat, het was laat in de nacht en er reden gelukkig nauwelijks nog auto’s. Dat moment duurde eindeloos en ik dacht ondertussen hard na over wat ik moest doen, vooraf had ik nagedacht over of ik hem mee naar binnen zou vragen, en hoe, met een grapje, heel luchtig en natuurlijk, maar ik durfde het niet. Oscar nodigde zichzelf niet uit. Uiteindelijk moest ik wel iets vragen, dat deed ik onhandig en Oscar bleef bij me slapen.

De plekken laat ik liggen. De plek waar we zoenden, de plek waar we sliepen.

Ik neem een man mee die ik elke ochtend om zeven uur bel, omdat ik niet langer halve etmalen in bed wil blijven liggen. Om elf uur naar bed, er om zeven uur weer uit.
‘Ben je al opgestaan?’ vroeg Oscar vanmorgen.
‘Nee,’ zei ik.
‘Waarom niet?’
‘Als ik met mijn been over mijn matras beweeg, is het zo zacht. Het is zo lekker zacht.’
‘Je verveelt je,’ zei hij. ‘Sta op. Gedraag je volwassen.’
‘Oké, oké,’ zei ik en ik moest lachen. Om zeven uur ’s ochtends. ‘Ik zit al op de rand van mijn bed.’

Zorgen voor

De afgelopen maanden lukte het me slecht om uit bed te komen. Ik wilde de gordijnen gesloten houden. Eergisteren werd ik ziek en ik weigerde me te laten vellen. Ik ging naar mijn werk, hield het vol.

Vandaag blijf ik thuis, met tegenzin.

Depressie is sterker dan griep, dacht ik. En toen: misschien is fysiek ongemak beter te bestrijden dan mentaal ongemak. Ik dacht nog meer, niets sneed hout, veel van mijn gedachten waren beledigend voor mezelf of anderen.

Onlangs likte Oscar mijn gezicht, als een hond. Toen hij mij daarna wilde zoenen kon hij de geur van zijn adem die van mijn huid opsteeg niet verdragen. Hij haalde een washandje en waste mijn gezicht.

Voor iemand zorgen is nooit onbaatzuchtig, geloof ik. Voor jezelf zorgen ook niet. Vanmorgen ging ik met ongekamde haren naar de Albert Heijn en haalde een liter versgeperst sinaasappelsap uit de persautomaat. Het smaakte me niet.

Oud en nieuw

‘Zie je dat cadeautje in de kast?’ vroeg Aurore. ‘Wat vind je ervan?’
‘Mooi ingepakt,’ zei ik.
‘Het is voor jou.’

We dronken lichtroze wijn, hadden het over mannen en over wat we de rest van de avond zouden gaan doen. Ik had verteld over Oscar, dat ik hem had gezegd dat ik bang was een emotionele dronk te krijgen tijdens de jaarwisseling.
‘Wat moet ik doen als je emotioneel wordt?’ had Oscar gevraagd. Het was een eenvoudige vraag, dat zijn vaak de beste.
‘Lief voor me zijn, me een kus geven, zeggen dat alles goedkomt en het menen.’
‘En als je weg wil?’
Ik had er nog niet over nagedacht dat ik kon vertrekken.
‘Als je ook bijna weg wil moet je misschien maar met me mee,’ zei ik. ‘Als het feestje nog leuk is, blijf dan maar gewoon.’
‘Ik ben blij dat we dit vooraf al besproken hebben,’ had Oscar gezegd.

Het cadeau was een fleecedeken in een goede kleur blauw.
‘Omdat je vaak verdriet hebt, zei Aurora. ‘Omdat je dan soms geen mensen in de buurt wil hebben en ik niet altijd weet hoe ik er voor je kan zijn.
We huilden een beetje. Ik aaide de kat.
‘Tot volgend jaar,’ zei ik toen ik vertrok, ook al vond ik dat een stomme grap.

Om kwart voor twaalf dronk ik rode wijn. Oscar dronk alcoholvrij bier. Er werden hits uit de jaren 80 gedraaid, na twaalf uur zouden we overschakelen op muziek uit de jaren 90. Ik kon nauwelijks op nummers komen die in de jaren 80 gemaakt waren.

Tijdens het aftellen naar twaalf uur liep het beeld op de televisie vast.

Buiten dronken we champagne en keken naar groot vuurwerk in de verte. Weer binnen luisterden we naar de Spice Girls en Aphex Twin. Ik stond op en zong alle nummers mee met een bierfles als microfoon. Ik werd steeds minder blij en zong steeds harder mee, omdat ik bang was dat ik moest huilen als ik stil was.

Oscar zat op de bank en keek naar me. Ik wist niet wat hij dacht.
‘Ik mis je,’ wilde ik zeggen. In plaats daarvan zei ik dat ik naar de kroeg ging. Iemand vroeg of ik een kwartier wilde wachten, dan konden we samen gaan.
‘Ik moet nu weg,’ zei ik. ‘Ik krijg een emotionele dronk en ik word er niet leuker op als ik langer blijf.’

In de kroeg sprak ik iemand die zei dat hij geen vrouwen durfde te versieren. Ik zei dat ik zijn wingwoman wel wilde zijn.
‘Wat doe je hier überhaupt in een kroeg vol mensen die veel ouder zijn dan jij?’ vroeg ik.
De jongen vertelde over zichzelf.
‘Je moet professionele hulp zoeken,’ zei ik.
De jongen vroeg of hij mijn nummer mocht.

Toen ik aan mezelf dacht, werd ik verdrietig. Ik vertrok.

Thuis haalde ik het karton van het dekentje dat ik van Aurore kreeg en huilde tot mijn plakwimpers loslieten.

De winter komt

1.
Oscar deed mijn afwas. De afwas was enorm, dat komt doordat ik zelf mijn vaat niet doe en het ondragelijk vind als anderen zich met mijn huishouden bemoeien. Mijn afwas loopt vaak uit de hand. Alles was erg vies.
‘Ik snap niet hoe het kan dat jouw mokken plakkerig zijn aan de buitenkant,’ zei Oscar.
Ik zweeg eerst en probeerde Oscar toen te bedanken voor zijn hulp.
‘Bedankt,’  zei ik. ‘Maar eigenlijk denk ik dat het knapper is van mij dat ik jou de afwas heb laten doen, dan dat het knap is van jou dat je zo’n grote afwas hebt gedaan.’

2.
Vorige week kreeg ik lichttherapie. Afgelopen winter was dat een wondermiddel, vorige week was het effect vrij minimaal. Het kost me sinds de lichttherapie minder moeite om ’s ochtends op te staan, maar het hele ritueel tussen wakker worden en aangekleed raken neemt nog steeds veel van mijn tijd.
Ik voelde me vorige week een junk tijdens lichttherapie, starend in die vierkante lamp, hopend op een opwekkend effect. Ik durfde daardoor vanochtend niet goed te bellen met de afdeling lichttherapie. Ik wilde vragen of het zinvol was nog een week lichttherapie te ontvangen, maar was bang dat ze zouden zeggen dat ze zich zorgden maakten over mijn te grote lichtbehoefte.
Ik belde en natuurlijk mag ik volgende week weer komen.

3.
Soms moet ik heel hard huilen en dat doe ik liever niet, omdat ik me niet aan wil stellen. De grote huilbuien komen er nu druppelsgewijs uit, ik huil om het minste, van alles stemt me verdrietig en ook als ik blij ben huil ik zo nu en dan. Inmiddels denk ik zeker te weten dat iedereen die me heeft zien huilen denkt dat ik overdrijf.