De winter komt

1.
Oscar deed mijn afwas. De afwas was enorm, dat komt doordat ik zelf mijn vaat niet doe en het ondragelijk vind als anderen zich met mijn huishouden bemoeien. Mijn afwas loopt vaak uit de hand. Alles was erg vies.
‘Ik snap niet hoe het kan dat jouw mokken plakkerig zijn aan de buitenkant,’ zei Oscar.
Ik zweeg eerst en probeerde Oscar toen te bedanken voor zijn hulp.
‘Bedankt,’  zei ik. ‘Maar eigenlijk denk ik dat het knapper is van mij dat ik jou de afwas heb laten doen, dan dat het knap is van jou dat je zo’n grote afwas hebt gedaan.’

2.
Vorige week kreeg ik lichttherapie. Afgelopen winter was dat een wondermiddel, vorige week was het effect vrij minimaal. Het kost me sinds de lichttherapie minder moeite om ’s ochtends op te staan, maar het hele ritueel tussen wakker worden en aangekleed raken neemt nog steeds veel van mijn tijd.
Ik voelde me vorige week een junk tijdens lichttherapie, starend in die vierkante lamp, hopend op een opwekkend effect. Ik durfde daardoor vanochtend niet goed te bellen met de afdeling lichttherapie. Ik wilde vragen of het zinvol was nog een week lichttherapie te ontvangen, maar was bang dat ze zouden zeggen dat ze zich zorgden maakten over mijn te grote lichtbehoefte.
Ik belde en natuurlijk mag ik volgende week weer komen.

3.
Soms moet ik heel hard huilen en dat doe ik liever niet, omdat ik me niet aan wil stellen. De grote huilbuien komen er nu druppelsgewijs uit, ik huil om het minste, van alles stemt me verdrietig en ook als ik blij ben huil ik zo nu en dan. Inmiddels denk ik zeker te weten dat iedereen die me heeft zien huilen denkt dat ik overdrijf.