Adventskalenders

Het is december. Het is vroeg donker en terwijl winkeliers aan het einde van de dag tevreden de inhoud van hun kassalades tellen, tellen consumenten de dagen af tot aan kerst.

Het is advent en wie daar op een sobere manier bij stil wil staan steekt elke zondag een kaars op zijn adventskrans aan totdat op de zondag voor kerst alle kaarsen op de krans branden. Wie meer wil dan wekelijks kaarsen aansteken haalt een adventskalender in huis en wie niet van chocolade houdt of graag het kapitalisme viert onder het mom van aftellen naar een christelijke feestdag koopt voor zichzelf een prijzige kalender met allerlei verrassingen.

Adventskalenders met beautyproducten zijn populair. Op social media zie ik influencers elke dag een vakje van de adventskalender van hun favoriete beautymerk openen. Sommige YouTubesterren hebben meerdere kalenders in huis gehaald, en een enkeling opende al op de eerste dag van de maand meteen alle vakjes. Zelden zag ik mensen zo enthousiast over minuscule potjes nagellak en parfum.

Ik heb een adventskalender in mijn hoofd. Op de eerste december kreeg ik dat ik dacht dat mijn vriend niet meer van me hield. Op de tweede december kreeg ik dat ik de hele dag in bed wilde blijven, ik had dat geschenk al vaker gehad.

Influencers krijgen vaak nagelvijltjes in december, ze halen ze zuchtend uit de adventskalenders.
‘Ja, hoor, daar heb je hem al,’ zeggen ze tegen de camera’s in hun eenzame kamers, ‘er zit altijd wel een vijltje bij.’ En zoals de influencers met een te grote beauty-stash hun pas gekregen nagelvijlen meteen in de bak met weg te geven spullen gooien, legde ik het in bed willen blijven liggen naast me neer en stond op.

Vandaag kreeg ik dat ik in paniek raakte toen een collega me liet weten dat iemand een belangrijke mail van mij niet had ontvangen. Als ik in paniek raak, doe ik niets meer. Dat is onhandig als je naar de ontvangers van je belangrijke mails moet kijken.

Ik vrees voor de rest van de maand. Een bekwame arts heeft de adventskalender in mijn hoofd een winterdepressie genoemd. Waar een deel van de bevolking de gourmetpannen vast afstoft, probeer ik mezelf overeind te houden terwijl de korte dagen me omver proberen te duwen. Vroeger overviel het me elke dag, tegenwoordig weet ik ongeveer wat er komt: overdag willen slapen, veel en ongezond willen eten, geen zin hebben om met mensen af te spreken, weinig behoefte hebben aan seks en vooral constant het gevoel hebben dat ik alles verkeerd doe.

Ondertussen probeer ik toch te werken, mijn afwas niet te ernstig uit de hand te laten lopen, af te spreken met mensen die me dierbaar zijn, leid ik mezelf af door kopen van nutteloze producten die ik langs heb zien komen bij influencers die ik alleen ironisch denk te volgen, smeer ik tegen beter weten in glitters op mijn gezicht in de hoop dat ik er gelukkiger van word en hoop ik maar dat mijn brein geen onverwachte dingen doet de komende tijd.

Vandaag zag ik een YouTube-ster huilen omdat een van de vakjes van haar Asos-adventskalender leeg bleek. Zo’n verrassing zal mij deze maand vast niet gegund zijn.

Een jaar een match

Hoewel er romantische zielen zijn die zeggen dat in het geval van echte liefde alles vanzelf gaat, hoor ik vaak dat een goede relatie hard werken is.

Ik weet het niet. Een goed voorbeeld heb ik nooit gehad. Mensen die zeggen dat een slecht voorbeeld nuttig is (zodat je in elk geval weet hoe het niet moet) vergeten dat er over het algemeen meer manieren zijn om iets verkeerd te doen, dan dat er manieren zijn om het goed aan te pakken. Ik heb zelf verschillende methodes gevonden om een relatie te verpesten, daar had ik het mislukte huwelijk van mijn ouders niet voor nodig.

Het is vandaag exact een jaar geleden dat ik Tinder installeerde op mijn telefoon. Ik had Tinder al eerder gebruikt en hoewel ik redelijk wat leuke matches had sprak ik met niemand af. Daten is een hele toestand en kennelijk was ik van niemand zo onder de indruk dat ik bereid was om dat voor even te vergeten. De matches en de gesprekken waren goed voor mijn zelfvertrouwen, maar kostten me toch wat te veel van mijn tijd, waardoor ik Tinder van mijn telefoon verwijderde.

Ik geloof graag dat er een bijzondere reden was dat ik Tinder opnieuw installeerde, dat er een hogere macht aan het werk was, maar de werkelijkheid is zelden romantisch. Ik herinstalleerde een jaar geleden Tinder omdat ik het leuk vond om mijn belevenissen via Twitter te delen. Op een relatie zat ik niet te wachten, ik had al genoeg gedoe in mijn leven en bovendien had ik niet de indruk dat ik erg goed was in het hebben van relaties.

Doordat ik zo fanatiek over Tinder schreef op Twitter, kan ik nu precies achterhalen wat ik zoal tegenkwam een jaar geleden. Ik zag mijn ex langskomen, bijvoorbeeld, de ex met wie ik 7,5 jaar samen was. Kennelijk was ik er zo van geschrokken zijn foto te zien dat ik een ‘nope’ swipete voordat ik bedacht dat het wel interessant zou zijn om te lezen wat hij in zijn bio had staan. Ook kwam ik mijn eerste echte verkering tegen, we hadden een match, hij had me niet herkend. Na even gepraat te hebben verwijderde ik hem weer. Ook zag ik een profiel met een foto van een heel varken aan het spit en begreep niet waarom iemand dacht daar vrouwen mee te versieren. En ik had een leuke match.

Ik was meteen in paniek over de leuke match. Er waren eerder leuke mannen op Tinder en ik voelde nooit de behoefte met ze af te spreken, maar na een paar zinnen gewisseld te hebben met deze match wist ik dat ik er niet onderuit zou komen om hem in het echt te ontmoeten. Ik zou me altijd af blijven vragen hoe het geweest zou zijn en dus was er twee weken later een date. En vijf dagen nog een. In december vierden we samen kerst, we kusten elkaar op 31 december om twaalf uur, er kwamen naamkettingen, er was een vakantie en tussendoor kwamen we het bed niet uit. Liefde is mooi, maar verhalen over verliefdheid zijn allemaal hetzelfde, hoewel het altijd voor iedereen knetterbijzonder voelt.

Veel interessanter is het om te kijken naar hoe het na een jaar gaat. In elke vorige relatie had ik een soort voorbehoud: dit is leuk voor zolang het duurt. Nog steeds geloof ik niet dat liefde per se een leven lang moet duren om waardevol te zijn, maar toch houd ik deze keer geen rekening met een naderend einde. Althans, ik maak geen leuke plannen voor na dat einde, soms vrees ik het einde wel. Dan zeg ik ‘ik dacht vandaag dat je bij me weg zou gaan’, en hij zegt dan ‘och liefje, alweer?’

Ik denk dat ik na een jaar kan zeggen dat een goede relatie werken is. Of het hard werken is weet ik niet, maar ik ik geloof dat ik gewerkt heb. De theorie dat in het geval van echte liefde alles vanzelf gaat, is slechts op een korte periode van toepassing. In die periode ben je met niet veel meer zaken bezig dan de fysieke. In die periode bestel je pizza, omdat alle supermarkten gesloten zijn tegen de tijd dat je de slaapkamer uitstapt omdat je honger hebt. In die periode heb je een schrale kin van zijn stoppels. Ik herinner me dat we in die periode wel eens tegen elkaar zeiden dat dit allemaal niet te lang moest duren, dat we het vast zouden missen als het voorbij was, maar dat het niet handig was dat we nergens meer aan toekwamen.

De periode duurde langer dan we voorspelden, maar het was voorbij voor we er erg in hadden. Werken voor de relatie begon met me realiseren dat het misschien niet aantrekkelijk was dat ik altijd zijn boxershorts droeg. Later, toen seks niet meer iets was dat ons overviel als we eigenlijk iets anders van plan waren, bedacht ik dat ik initiatief moest nemen. De eerste keer dat ik dat dapper deed op een moment dat er verder niets in de lucht hing lag hij op de bank. Ik ging op hem zitten en gaf hem zachte kusjes in zijn nek. Het leek even te duren voordat hij mijn bedoelingen had opgepikt, maar na een tijdje hoorde ik zijn ademhaling trager en dieper worden. Het wond me op. Toen ik hem lang en diep door zijn neus hoorde inademen, keek ik hem aan. Ik verwachtte dankbaarheid over het initiatief dat ik had genomen, in plaats daarvan was ik van dichtbij getuige van de grootste geeuw die ik in maanden had gezien.

Moeite doen voor een relatie zit niet in een keer je best doen. Moeite doen zit in jezelf oprapen voor iemand anders. Ik ben het afgelopen jaar veel in paniek geweest over het hebben van een relatie. Soms vertelde ik het hem, soms besloot ik het voor mezelf te houden. Vaak maakte ik daar een verkeerde keuze in, wat de paniek niet ten goede kwam. Ik moest vaak huilen en dat deed ik dan bij voorkeur stiekem, omdat ik dacht dat het beter was als hij het niet zag. Soms voelde ik me alleen en ik geloof dat het geheim van werken aan een relatie zit in wat ik op die momenten deed, in wat ik op die momenten anders deed dan in mijn vorige relaties: me realiseren dat een eenzaamheid een gevoel is waar je iets aan kan doen, me realiseren dat er in deze relatie nog iemand anders bestaat dan ik en dat deze ander ook gevoel heeft, een gesprek aangaan, laten zien dat ik moet huilen, een grapje maken, sorry zeggen, waardering uiten. Me realiseren dat weggaan geen oplossing is.

Afgelopen zondag gingen we ‘s ochtends naar de Stadjersmarkt. Ik kocht een boek van Roald Dahl dat ik al tien keer gelezen had en hij een houten scorebord waarop we scores over willekeurige zaken bij wilden gaan houden, wie de meeste taalfouten maakt bijvoorbeeld. Tussen de middag bakte ik burgers die ik met veel groente en saus tussen twee boterhammen serveerde. We lagen samen in bed, we hadden goede gesprekken. Hij werkte wat achter de computer terwijl ik las. Omdat ik last van mijn nek had, legde hij twee matjes op de grond, gaf mij een van zijn parkietenleggings om aan te trekken en zocht een geschikte yoga-instructie op Youtube. Het hielp. Daarna bestelde hij pizza en zette Formule 1 op. We zaten samen op de bank, ik las De Heksen voor de elfde keer, hij keek de wedstrijd en kneep af en toe in mijn voet om te laten weten dat hij aan me dacht.
Ik dacht terug aan wat ik de afgelopen maanden had gedaan, aan Dichters in de Prinsentuin, aan zomerdagen in het plantsoen, aan mijn verjaardagsfeest, het aardbeipak dat ik toen droeg en wie er allemaal waren.
‘Dit is de mooiste dag van de tweede helft van 2018,’ zei ik. Ik schrok van hoe erg ik het meende, moest een beetje huilen en deed niet mijn best het te verbergen.

Fauna

In mijn slaapkamer woont sinds kort de dikste huisvlieg die ik ooit heb gezien. De vlieg is zo groot dat zijn vleugels hem nauwelijks kunnen dragen, hij vliegt steeds maar enkele centimeters boven de grond. De dikke huisvlieg is harig, luid en traag. Ik denk dat hij aan zijn laatste dagen begonnen is. Als ik binnenkort mijn slaapkamer opruim en zijn lichaam tussen het afval op mijn vloer vind, zal ik het begraven in de tuin. Daarna maak ik met een jampot en azijn een val voor de fruitvliegen in mijn keuken. Ik zal ze niet laten verdrinken, maar laat ze vrij bij een ondergrondse afvalcontainer in de buurt.

Voor altijd samenblijven

Soms loop ik liever om als ik hem in de verte zie. Het is een aardige man, maar ik heb niet altijd zin in een praatje. Hij wel. Toen ik hier net woonde en in mijn tuin zat, ontdekte ik hoe vaak hij rondjes over de binnenplaats van ons huizenblok loopt. De heggen zijn hier laag en hij knoopte iedere keer dat hij langskwam een praatje aan, soms wel drie keer op een middag. Ik maak nu nauwelijks nog gebruik van mijn tuin, er wonen hier meer mensen die behoefte hebben aan contact.

Als het mooi weer is bouwt hij met behangtafels vol spullen een rommelmarkt voor zijn huis. Ik heb nog nooit iets van hem gekocht, wel vraag ik hem als ik langsloop hoe het gaat met de zaken. Lange tijd ging het goed, dan vertelde hij wat hij uitgestald had, alsof ik de spullen zelf niet kon zien liggen. Een wasmand, videobanden, oude emmers, een tinnen kannetje. Merkloze Barbiepoppen. De afgelopen maanden liep de verkoop terug.
‘De mensen zijn zuinig,’ zei hij. ‘Maar ik moet bezig blijven.’

Een paar weken geleden stond hij in de opening van zijn voordeur. Het was mooi weer, maar de behangtafels stonden er niet. Hij droeg de morsige gele polo die hij meestal draagt.
‘Geen zaken vandaag?’ vroeg ik.
‘Nee meid,’ zei hij. Daarna bleef hij stil, dat was ik niet gewend.
‘Hoe gaat het ermee?’
‘Niet zo goed,’ zei hij. ‘De vrouw, hè? De nieren. Nog maar vier procent. Dat is niet best. Ze ligt de hele dag op bed.’
Zijn stem was nog zachter dan anders.
‘Het gaat snel. Twee weken geleden was er niets aan de hand.’
‘Och,’ zei ik. ‘En nu?’
‘Afwachten,’ zei hij. ‘Verder kan ik niets doen.’

Na een paar dagen zat ik vijf auto’s voor zijn huis geparkeerd staan. Toen ik hem tegenkwam durfde ik hem niets te vragen. Hij begon uit zichzelf te vertellen.
‘Het is gebeurd,’ zei hij. ‘Gisterochtend. Ik zat bij haar en ze was zomaar weg.’
Ik dacht aan het grote huwelijksfeest dat hij vorig jaar had gegeven, waar hij maar vol trots over bleef vertellen. Hoe lang ze samen waren, hoeveel mensen er op het feest waren gekomen, hoeveel kleinkinderen hij had.
‘Jullie waren lang getrouwd, toch?’
‘Eenenzestig jaar, meid.’
Oscar en ik hebben het soms over hoe lang we samen blijven. Voor altijd. Oud worden vind ik onvoorstelbaar, zoals ik het me als kind niet in kon denken dat ik ooit volwassen zou zijn.
‘Dat is heel lang,’ zei ik.
‘Ja,’ zei hij. ‘Ik moet gewoon door. Het is niet anders.’

Nu loop ik wat vaker langs zijn huis. Hij staat steeds in zijn deuropening en buiten wordt het alsmaar kouder.

Afspraak verzetten

‘Met de assistente van dokter Welinga. Ik bel om te vertellen dat mevrouw van Zomeren volgende maand op vakantie is.’

Twee weken geleden was ik bij de huisarts.
‘Het gaat niet zo goed,’ had ik gezegd. ‘Ik wil een doorverwijzing naar de psycholoog en totdat ik daar terecht kan wil ik gesprekken met mevrouw van Zomeren.’
Het leek de huisarts heel verstandig.
Mevrouw van Zomeren is zijn praktijkondersteuner. Ze heeft een grijs kapsel en ik vertrouw haar meer dan de psychologen die ik te spreken krijg. Ze is aardig en lijkt nooit op te kijken van de dingen die ik zeg.

‘We moeten de afspraak van 17 september verzetten,’ zegt de assistente. ‘Kan je aanstaande maandag om drie uur?’
‘Nee,’ zeg ik.
‘Dan is er pas halverwege oktober weer ruimte voor je.’
‘Ik heb afspraken met mevrouw van Zomeren totdat er plek is bij de psycholoog,’ zeg ik. ‘Er viel net een brief op de mat. Ik heb een intakegesprek op 31 januari 2019.’
‘Oh,’ zegt de assistente. ‘Dat duurt nog best lang.’
‘Het gaat niet zo goed met me,’ zeg ik.
‘Ojee,’ zegt de assistente. Ze klinkt verbaasd en ik vraag me af of ze dacht dat ik de afspraak met mevrouw van Zomeren alleen had gemaakt om bij te kunnen praten en de doorverwijziging naar een psycholoog alleen had gewild omdat het me leuk leek om nieuwe mensen te ontmoeten.
‘Nou,’ zegt de assistente, ‘Als het niet goed met je gaat, moet je maandag gewoon komen.’
‘Maandag kan ik echt niet,’ zeg ik. ‘Noteer me maar voor oktober.’
‘Is goed. Je moet het het zelf weten. Als je je bedenkt, dan bel je maar. Ik kan alleen niet garanderen dat de plek van maandag dan nog vrij is.’
Ze aarzelt even voor ze het gesprek afsluit.
‘Fijn weekend!’

Mannen

1.
Ik complimenteer een man met de manier waarop hij op zijn lip beet. Hij deed het zonder seksuele bijbedoeling, waarschijnlijk vanwege jeuk.
‘Dat wil ik ook kunnen,’ zeg ik. ‘Als ik probeer sexy te doen, ziet het er altijd lullig uit.’
De man vertelt dat het niet zo moeilijk is en bijt nog eens op zijn lip.
Later vertelt hij me waar hij werkt.
‘Dan ken je Oscar vast,’ zeg ik. ‘Oscar is mijn vriend.’
‘Ik dacht dat je me net wilde versieren,’ zegt de man.
‘Ik gaf je alleen maar een compliment.’
‘Wat gek,’ zegt de man. ‘Eigenlijk merk ik het nooit als iemand me probeert me te versieren.’
‘Dat probeerde ik ook niet,’ zeg ik.

2.
Ik praat met een man die ik net ken. We hebben het over een voorstelling die we beiden zagen. De man vond hem mooi, ik niet.
‘Het ergste was nog dat de ex van mijn vriend naast me zat,’ zeg ik. ‘Zij vond de voorstelling kennelijk grappig, want ze lachte de hele tijd.’
Ik doe de ex van Oscar na. Het klinkt overdreven en ik weet niet of dat aan haar lach of aan mijn imitatie ligt.
De man lacht. Ik zie het als een aanmoediging.
‘Waarom zijn exen altijd zo vreselijk? En waarom hebben ze altijd van die walgelijke lichamen die mooier zijn dan dat van mij?’

Later op de avond ga ik met de man en meer mensen die ik net ken naar de kroeg. De ex komt binnen en gaat bij de groep zitten.

3.
Oscar heeft ijs voor me gekocht en leest me voor uit Forel Vissen in Amerika tot ik in slaap val. Als ik wakker word ligt Oscar nog steeds naast me. Ik heb niet door dat ik geslapen heb en vraag me af hoe het kan dat Oscar ineens een veel dikker boek in handen heeft.

Een normaal IQ

Het was vroeg, ik was net binnen en had mijn jas nog aan, maar ze pakte me meteen bij de hand.
‘Dit moet je zien.’
Ik hing mijn jas over een stoel en kwam naast haar zitten.
‘Enzo Knol,’ zei ze.
Ze pakte een elastiek van de leuning van de bank, bond haar haren in een staart, opende YouTube op haar iPad en zocht BLUE BERRY MUFFINS MAKEN MET MILAN KNOL! (starbucks recept) #1838.

‘Enzo Knol maakt soms video’s met zijn broer,’ vertelde ze, terwijl de vlogger uitlegde dat hij zijn haren niet had gekamd. ‘Enzo en zijn broer maken de hele tijd grappen die mensen met een normaal IQ niet leuk vinden.’ Enzo drukte een squishy plat.
‘Wat bedoel je daarmee?’
‘De grapjes die ze maken zijn niet leuk voor mensen met een normaal IQ. Mensen zoals advocaten en dokters.’
‘Maakt Enzo Knol video’s voor domme mensen?’ vroeg ik.
Ze fronste.
‘Natuurlijk niet.’
Ondertussen dreigde Enzo een ei kapot te slaan op het hoofd van zijn broer Milan.
‘Vind jij hem leuk?’ vroeg ik.
‘Ja, hij is grappig.’
‘En denk je dat ik Enzo Knol leuk vind?’
Even dacht ze na. Toen lachte ze breed.
‘Dat denk ik wel.’

Exen

1.
Iemand stuurde een bericht omdat hij met me wilde praten. Hij had vragen en wilde zijn excuses aanbieden. Ik had het druk, zei dat ik het prima vond om eens af te spreken, maar dat ik daar later op terug zou komen.
Toen ik het niet druk meer had, kreeg ik het letterlijk benauwd als ik eraan dacht om met aan een tafeltje te zitten. Ik overlegde.
‘Je moet niet iets doen als je het niet wil,’  zei de een.
‘Spreek met hem af als je denkt dat hij zich daar beter door voelt. Het is een kleine moeite,’ zei de ander.
‘Je moet nu wel iets van je laten horen,’ zei een derde.

2.
Een vriendin was iemand tegengekomen. Hij zag er oud uit, vertelde ze. Ik ben behoorlijk rancuneus van aard, maar hoopte dat het goed met hem ging.
De laatste keer dat ik hem zag was ik 20 kilo zwaarder dan toen we uit elkaar gingen. Ik  liep met gebogen hoofd en hoopte dat hij me niet opmerkte. Pas toen hij me aankeek, groette ik hem. Het duurde een paar seconden voordat hij doorhad dat ik het was, ik zag dat hij schrok, hij had me niet herkend toen hij me aankeek.

3.
Iemand stuurde een berichtje vanaf de camping waar onze relatie eindigde. Ik vroeg hem of de wifi er inmiddels werkt.

Schuursponsjes

Ik pleit voor het uitbrengen van een naslagwerk voor mensen die zichzelf gemakkelijk verwaarlozen, een boek met tips over hoe te leven en dat boek is niet gevuld met de tips die mijn vrienden me soms schoorvoetend geven, zoals ‘bel de dokter’ maar met praktische raad als: Amazing Oriental heeft zilver- en goudkleurige schuursponsjes en het maakt niet uit hoe lang je je de toestand van je keuken hebt genegeerd, met deze schuursponsjes krijg je alles schoon.

Ongesteld

Zo’n vijf dagen voordat ik ongesteld moet worden, verander ik in een labiele vrouw. Een boze, huilende vrouw. Doordat ik jarenlang de prikpil kreeg weet ik dat pas sinds kort. Het probleem openbaarde zich pas na het stoppen met de prikpil en het duurde even voordat ik een verband legde tussen mijn gedrag en mijn cyclus.

Mijn vriend en ik hebben afgesproken dat we samen een bak veganistisch ijs van Ben & Jerry’s eten als ik ongesteld moet worden. Dat zorgt ervoor dat ik niet wekelijks zo’n bak koop. Toen we laatst in de supermarkt waren om ijs te halen, bedacht ik dat ik ook chips wilde.
‘Ik heb zin in chips,’ zei ik toen we voor de vriezer stonden.
‘We zouden ijs eten,’  zei Oscar.
‘Ik wil ook chips,’  zei ik.
‘Dan kies je maar.’
Er valt iets voor te zeggen om geen ijs en chips te eten op dezelfde avond, maar ik vond het onredelijk.
‘Ik kan niet kiezen,’ zei ik.
‘Kom op.’
Oscar liep van me weg, richting de groente. Ik liep achter hem aan.
‘Liefje, ik kan echt niet kiezen.’
‘We kopen chips of ijs,’ zei Oscar. ‘Niet allebei.’
Meestal heb ik behoefte aan duidelijkheid, maar er zijn momenten waarop ik het niet kan verdragen dat iemand me vertelt wat ik moet doen.
‘Dan wil ik allebei niet.’
Oscar pakte een paprika en zuchtte.
‘Ik meen het,’ zei ik. ‘Ik kan echt niet kiezen. Kies jij maar.’ 
‘Nee,’ zei Oscar.
‘Dan kopen we allebei niet,’ zei ik. ‘Dan eten we vanavond niets lekkers.’
‘Prima.’ Oscar had alle ingrediënten voor het avondeten inmiddels in het mandje verzameld en liep weg om af rekenen.
‘Nee wacht!’ riep ik. ‘Ik wil toch chips.’
Ik rende naar het chipsschap en was net op tijd weer bij de kassa.

Thuis huilde ik omdat ik toch liever ijs had gekozen.