Bed

Ik lig in bed, het weer is mooi. Het is niet de eerste mooie dag van het jaar, maar de komende dagen wordt het kouder en als ik in bed blijf liggen op een mooie dag, is de eerstvolgende mooie dag gegarandeerd een werkdag, zodat ik me dan weer slecht voel over het missen van deze mooie dag.

In mijn tuin staan trays met bloemen. Gisteren heb ik slakken gevangen en uitgezet bij de sloot een heel eind verderop. Het wordt een mooi jaar, dacht ik. Als ik nu al begin de slakken te vangen, zullen er deze zomer bloemen in mijn tuin staan. Dood maak ik de slakken niet. Ik dood geen dieren. Ik zeg dat ik dat niet doe vanwege mijn liefde voor dieren, maar waarschijnlijk heb ik geen zin in schuldgevoelens. Ik geloof niet dat ik kan genieten van bloemen, wanneer ik me schuldig voel.

Ik herinner me zomers die ik volledig in bed heb doorgebracht. Dat klopt niet, want ik had werk en ongetwijfeld leuke dingen te doen, maar als ik denk aan de tijd dat ik samenwoonde, is het sterkste beeld dat bij me opkomt is hoe de scherpe zon door kleine gaatjes in het weefsel van de dikke, rode gordijnen scheen. Op loeihete juli-middagen leek het een sterrenhemel.

De beste remedie tegen uit bed komen, is uit bed komen. Als ik de wind op mijn benen voel, weet ik dat ik een goede beslissing genomen heb. Er is altijd een reden om toch te blijven liggen. Een aanleiding of een verzachtende omstandigheid die de keuze om niet op te staan de juiste laat lijken. Als ik niet opsta en het blijft de komende dagen droog, zullen de bloemen in de tray verdorren. Over een dag of vier zal ik naar buiten lopen, de bloemen zien, er nog een paar kunnen redden en me schuldig voelen over het nabije leven dat door mijn nalatigheid tergend langzaam eindigde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *