Het huis van mijn broer VII

Floris vertelde dat hij zijn PlayStation aan Sandra geleend had. Ik had het druk en besloot om langs te gaan op de dag dat ze zou verhuizen. Dan kon ik in de gaten houden of de verhuizing normaal verliep en meteen naar de PlayStation vragen.

Op de avond voor de verhuisdag stuurde ik Sandra een bericht.
‘Morgen kom ik langs om post op te halen.’
Sandra reageerde binnen vijf minuten.
‘Vanaf maandag ben ik weg, dan kan je langskomen voor de post.’
Een minuut later kreeg ik nog een bericht.
‘Er is namelijk geen nieuwe post.’
‘Bedankt,’  schreef ik terug, ‘maar ik kom toch even. Ik moet namelijk ook wat spullen van Floris meenemen.’
Het duurde even voordat ik een reactie kreeg.
‘Moet dat per se morgen?’

Ik besloot de volgende dag zo vroeg mogelijk langs te gaan.

Toen ik opstond bleek dat Sandra me om drie uur ’s nachts nog een bericht had gestuurd. Ik het bericht vroeg ze welke spullen ik op moest halen en wat ik in vredesnaam te zoeken had in het huis van een ander. Ik antwoordde dat ik eraan kwam.

Om half negen stond ik voor de deur van het huis van mijn broer. Ik stak mijn sleutel in het slot, draaide hem naar links en wilde de deur openen. De deur bleek potdicht te zitten, kennelijk had Sandra de deur gebarricadeerd.

Ik probeerde aan te bellen, ik klopte op het raam en belde Sandra. Ze reageerde niet. Na vijf minuten gaf ik het op en stuurde haar een bericht.
‘Sandra, ik kan het huis niet in. Als je me niet binnen laat, moet ik de politie bellen. Dit lijkt me allemaal niet handig als je beveiliger wil worden.’

Ik belde Floris en vroeg hem om Sandra een bericht te sturen waarin hij zei dat ze me binnen moest laten. Het leek me handig om dit te kunnen laten zien als ik de politie echt zou bellen. Floris stuurde Sandra meteen een bericht waarin hij zei dat ze voor elf uur de deur voor me moest openen.

Om de tijd te overbruggen ging ik naar mijn werk. Ik klaagde eerst een kwartier tegen mijn collega, die het verhaal wel vermakelijk leek te vinden. Om half twaalf pakte ik mijn telefoon om te zien of Sandra gereageerd had. Dat had ze niet, al zag ik wel dat ze mijn bericht gelezen had. Ik belde Sandra weer en deze keer nam ze op.

‘Wat is er in vredesnaam aan de hand?’ vroeg ik.
‘Dat kan ik jou beter vragen,’ zei Sandra bits.
‘Waarom laat je mij het huis niet in?’ vroeg ik.
‘Ik heb de deur altijd op slot, tegen de dieven.’
‘Onzin,’ zei ik.
‘Ik wil ’s ochtends geen bezoekers in mijn huis,’  zei Sandra. ‘Juist jij zou moeten weten hoe belangrijk dat is als je ’s nachts pas laat gaat slapen.’
De logica van deze opmerking ontging me, maar de manier waarop Sandra tegen me sprak stond me niet aan.
‘Jij mag wel even denken om je toon,’  zei ik. Ik voelde hoe ik rood werd en durfde niet in de richting van mijn collega te kijken, die vlak naast me zat.
‘Mijn toon? Jij mag zelf wel even denken om je toon,’ zei Sandra.
‘Wie denk je wel niet dat je bent?’ zei ik. ‘Je hebt het nota bene aan mij te danken dat je nog in dat huis mocht wonen. Ik wil niet dat je op deze manier tegen me spreekt.’
‘Ik praat altijd zo,’ zei Sandra.
‘Dan praat je tegen mij maar anders,’ antwoordde ik. ‘Ik fiets nu naar het huis van Floris en je laat me binnen.’

Nadat ik op had gehangen durfde ik mijn collega nog steeds niet goed aan te kijken.
‘Ik ben zo terug,’ zei ik. ‘Ik ben even naar het huis van Floris.’

Binnenkort verschijnt Het huis van mijn broer VIII.
Eerder verschenen Het huis van mijn broer I, II, III
, IV, V en VI.

Het huis van mijn broer VI

Natuurlijk reageerde Sandra niet. Ik zag aan de blauwe vinkjes dat het bericht dat ik gestuurd had binnen een uur gelezen was, maar zelfs een dag later had ik nog geen reactie van Sandra. Misschien was ik wat voorbarig met mijn verzoek om de sleutel, de maand was nog maar voor de helft voorbij.

Floris maakte zich geen zorgen.
‘Voor het einde van de maand is ze vertrokken. En anders betaalt ze gewoon een extra maand huur.’
‘Heb je überhaupt al huur van haar ontvangen?’ vroeg ik.
‘Sandra vertelde dat ze even geen werk had,’ vertelde Floris. ‘Ze werkt nu om aan het eind van de maand alle huur in een keer te kunnen betalen. Ik heb met haar afgesproken dat ze voor deze maand maar een halve maand huur betaalt.’
‘Gaat ze eerder uit je huis?’
‘Nee, maar ze was boos omdat Chris in mijn huis komt wonen. Ze zei dat ik me niet aan de afspraken hield, dus ik ben coulant geweest.’
‘Zij is degene die zich niet aan afspraken heeft gehouden,’ zei ik.
‘Ik wil gewoon graag mijn geld.’

Een paar dagen was ik in het huis van Floris om een sleutel aan Chris te geven. Ik had Sandra vooraf een bericht gestuurd om haar van mijn bezoek op de hoogte stellen. Ze had niet gereageerd en was niet in het huis toen Chris en ik er waren.
‘Het is een beetje een rommel,’ zei ik. ‘Als Sandra weg ik zal ik opruimen.’
We liepen naar de slaapkamer van Floris, waar Chris tijdelijk zou gaan wonen.
‘Ik denk dat ik toch maar wacht tot Sandra verhuisd is,’ zei Chris. ‘Dan kan ik in haar kamer. Ik vind het niet erg om in Floris zijn kamer te leven, maar ik heb er geen zin in om hier rond te lopen als ik ongewenst ben.’
Ik had begrip voor de beslissing van Chris om tot het einde van de maand te wachten met verhuizen, maar vond het jammer dat er geen extra toezicht op Sandra was.

Ondertussen bleef Sandra stil. Wel veranderde ze bijna dagelijks de foto die ze op WhatsApp gebruikte. Als ze er niet voordelig opstond, zoomde ik in op haar gezicht, maakte een screenshot en stuurde deze naar Floris. 

Ik vroeg Floris of hij nog contact met Sandra had. Hij hoorde ook niets van haar. Chris had wel met Sandra gesproken. Floris had Chris haar nummer gegeven en hij had Sandra gebeld. Ze was heel vriendelijk geweest en wilde eigenlijk alleen maar weten wanneer Chris van plan was te verhuizen. En ze had hem verteld dat ze een nieuwe woning had, over drie dagen zou ze vertrekken.
‘Over drie dagen? Is het niet gek dat ze ons dat niet vertelt?’
‘Ik heb geen tijd om steeds contact met haar te hebben,’ zei Floris. ‘Het is wel even goed zo.’
‘Dit is niet normaal, hoor.’
‘Ik weet het,’ zei Floris. ‘Maar Chris heeft goed contact met Sandra nu. Ik denk dat ze de sleutel wel aan hem geeft en Chris heeft ook beloofd dat hij Sandra naar de PlayStation vraagt voordat ze weg is.’
‘Floris, over welke PlayStation heb je het? Die had je toch met je meegenomen?’
 

Over een week verschijnt Het huis van mijn broer VII.
Eerder verschenen Het huis van mijn broer I, II, III
, IV en V.

Het huis van mijn broer V

Even overwoog ik Sandra te vragen wat ze met Chris zou willen bespreken, maar ik voorzag een vijandige discussie en wist toch al dat ik het telefoonnummer van Chris niet aan haar zou geven, dus ik antwoordde dat ze het maar aan Floris moest vragen. ‘Tot morgen,’ voegde ik er aan toe.

Ik sliep slecht die nacht. Floris had zijn beddengoed verschoond voordat hij naar het buitenland vertrok, dus ik besloot dat ik in zijn bed verder zou kunnen slapen zodra de ketelmonteur er was. 

Het was stil in het huis van mijn broer. Toen ik langs de deur van Sandra’s kamer liep, blafte de hond. Ik hoorde een mannenstem fel tegen de hond zeggen dat hij stil moest zijn. De hond luisterde. Kennelijk logeerde de vriend van Sandra bij haar. Ik wist dat Floris daar geen voorstander van was.

Op de kamer van Floris viel me eerst een wasrek vol dameskleding op. Daarna zag ik zijn bed, het lag vol spijkerbroeken, kleine roze hemdjes en verwassen katoenen strings in allerlei kleuren. Ik wilde naar Sandra’s kamer lopen, haar wakker maken en haar vragen hoe ze het in haar hoofd had gehaald de kamer van Floris te gebruiken, maar omdat ze zo tegen Floris tekeer was gegaan en haar huur op had gezegd, dacht ik dat het verstandiger was om neutraal te blijven, voor het geval dat ze de komende tijd nog wat geks van plan was.

Ik pakte net een tas om haar kleding in te doen, toen mijn telefoon ging.
‘Met Erik van de Energiewacht,’ klonk het. ‘Ik sta voor de deur, maar er doet niemand open.’
Ik liep naar de voordeur en zag dat het koord van de trekbel los langs de muur hing. Er miste een onderdeel. Waarschijnlijk had er sinds het vertrek van Floris niemand meer aan kunnen bellen.
‘Sorry,’ zei ik tegen Erik van de Energiewacht. ‘Ik wist niet dat de bel kapot was.’

Ik liet de man zien waar de ketel hing en ging verder met het opbergen van de kleding op Floris’ bed. Onder de kleding bleek een dekbed zonder overtrek te liggen. Ik wilde deze met de tas vol kleding naar de gang brengen, maar toen ik het dekbed wegpakte, zag ik dat Floris zijn dekbed er niet onder lag. Wel zag ik zijn dekbedovertrek in een propje tussen de kussens liggen. Ik was te moe om na te denken over wat hier gebeurd was.  Ik maakte het bed op en ging slapen. 

Ik werd wakker van een discussie die Sandra met haar vriend had. Eigenlijk had haar vriend vooral een discussie met haar. Ik hoorde hem dingen zeggen als ‘dat had jij moeten regelen’ en ‘daarom ben ik gewoon hier thuisgebleven’. Ik stond op, keek even bij de ketemonteur, die al aardig opschoot, en ging toen naar de wc. In de badkamer bleek het niet alleen een enorme chaos, het stonk er ook alsof de kleding die er op de vloer lag gedragen was tijdens een survivalweekend. Bovendien bleek de vriend van Sandra een eigen bakje op het plankje onder de spiegel te hebben. Er stonden diverse spuitbussen Axe in, een tandenborstel en een scheerapparaat.

Sandra liep de gang op.
‘Hoi Jirke,’ zei ze opgewekt. ‘Wij gaan even weg, dus de hond blijft op de gang. Niet op de kamers laten, hoor. Ze bijt alles kapot.’
Ik was zo verbaasd over hoe normaal Sandra deed, dat ik ook deed alsof er niets bijzonders aan de hand was.
‘Oké,’ zei ik. 
Ik herinnerde me dat Floris had gezegd dat Sandra in september aan een opleiding tot beveiliger wilde beginnen. Koelbloedig was ze in elk geval wel.

Toen ik weer in de kamer van Floris was, zag ik pas dat zijn opbergboxen scheef onder het bed stonden. Die zou Floris nooit zo neerzetten, dacht ik. Tegelijkertijd wilde ik me er niet meer mee bezig houden. Deze maand nog, dan was Sandra weg. 

Die dag zag ik Sandra niet meer, dus stuurde ik haar maar weer een berichtje.
‘Ik hoorde dat je gaat verhuizen. Wanneer kan ik langskomen voor de sleuteloverdracht?’

 

Over een week verschijnt Het huis van mijn broer VI.
Eerder verschenen Het huis van mijn broer I, II, III
 en IV.

Het huis van mijn broer IV

‘Ja, de huur,’ zei Sandra. ‘Die heb ik nog niet betaald. Ik heb net een nieuwe baan en ik heb met Floris afgesproken dat ik voor het einde van de maand de borg betaal, plus de twee maanden huur.’
Floris had me hier niets over verteld.
‘Echt super dat je langs wilde komen,’ zei Sandra. ‘Een heel huis huren voor deze prijs is een buitenkans.’
‘Je huurt een kamer,’ zei ik. ‘Dat Floris er niet is betekent niet dat je het hele huis huurt natuurlijk.’
‘Nee, maar zo voel het wel.’

Langzaam begon ik er spijt van te krijgen dat ik had gezegd dat ze mocht blijven.

Toen ik met Floris belde bevestigde hij wat Sandra me over de huur had verteld. Hij was blij dat ik goed met haar gepraat had, zei hij. Ik vertelde hem dat ik begreep waarom hij haar een kans had willen geven, dat ik net als hij vond dat ze op een jongere versie van mij leek. Ik maakte er ook een zooitje van toen ik twintig was en deed er jaren over om te ontdekken dat je dat soms maar beter toe kan geven. Ik hoopte maar dat Sandra sneller van begrip was dan ik.

Floris vertelde over zijn werk. Hij had het naar zijn zin in het buitenland, dat verwachtte ik niet. Als hij in het buitenland is runt hij vanaf afstand meestal ook een bescheiden leven in Nederland. Vorig jaar zocht hij Marktplaats af naar een camper, waarmee hij op reis wilde als hij terug zou zijn. Dit jaar leek Floris alleen bezig met wat praktische zaken, zoals het maken van een afspraak voor het plaatsen van de nieuwe ketel. Het was handig dat er iemand in zijn huis woonde om de deur open te doen, zei hij.

Het verbaasde me dat het zo snel weer misliep met Sandra. De Energiewacht had Floris gemaild aan het einde dag dat de ketel geplaatst zou worden. Er was niemand thuis geweest. De installateur had lang aan staan bellen, maar er werd niet opengedaan en hij had niemand telefonisch kunnen bereiken.
‘Als ze hier kosten voor in rekening brengen mag Sandra die betalen,’ zei Floris.
‘Zorg er eerst maar voor dat je de huur ontvangt,’ zei ik.
‘Ik ben er helemaal klaar mee,’  zei Floris. ‘Chris komt volgende week terug van zijn reis in Thailand en ik heb gezegd dat hij tot ik terug ben in mijn kamer mag slapen. Dan kan hij Sandra in de gaten houden.’

De volgende dag belde ik Floris om te vertellen dat ik een nieuwe afspraak had gemaakt met de Energiewacht. Ze brachten geen kosten in rekening voor de monteur die voor niets voor de deur had gestaan.
‘Sandra gaat het huis uit,’  zei Floris voordat ik mijn verhaal af kon maken. ‘Ik vertelde haar over Chris en ze ging compleet door het lint. Ze riep dat dit niet de afspraak was en dat ze het huis voor zichzelf wilde hebben.’
‘Heb je haar er nog op gewezen dat jullie hadden afgesproken dat ze huur zou betalen?’
‘Ja, ze zei dat ze nog maar de helft van de huur wilde betalen als er iemand bij haar in huis kwam wonen.’
Daar moest ik om lachen.
‘Ik ben er natuurlijk niet mee akkoord gegaan,’  zei Floris. ‘Toen zei ze tegen me dat ze per het einde van volgende maand uit de kamer wilde. Dat leek me een goed plan.’

Een een paar dagen later stuurde ik Sandra een bericht om te vertellen dat ik er de volgende dag vanaf acht uur zou zijn voor de ketelmonteur. Dat vond ze prima. En ze wilde weten of ik toevallig het nummer van Chris voor haar had. Sandra wilde graag wat dingen met hem overleggen.

Over een week verschijnt Het huis van mijn broer V.
Eerder verschenen Het huis van mijn broer I, II en III.

Het huis van mijn broer III

Na het vertrek van Floris duurde het nog geen week voordat hij me vanuit het buitenland een bericht met veel uitroeptekens stuurde. Ik zet Sandra uit huis! Mijn grens is bereikt!

De bovenburen hadden Floris verteld dat Sandra een feest had gegeven. Ze hadden de politie gebeld vanwege overlast. Floris besloot meteen het contract met Sandra te beëindigen. Ik vroeg of dat niet wat voorbarig was, of ik niet nog even met haar moest gaan praten, maar Floris was onverbiddelijk en stuurde haar een bikkelharde e-mail.

Drie uur later belde Floris me en vroeg of ik toch bij Sandra langs wilde gaan. Hij had haar gesproken en zij had niets van de ophef begrepen. Van de onverbiddelijkheid van Floris was niet veel meer over. Ik mocht beslissen of ze in de kamer zou blijven wonen.

Ik fietste meteen naar het huis van Floris. De trekbel, die Floris met veel trots had laten zien toen hij hem zelf geïnstalleerd had, bleek niet te werken. Ik klopte op het raam van de kamer van Sandra. Het raam van de woonkamer van Floris, dacht ik.

‘Wat ruikt het hier naar sigaretten,’ zei ik toen ik binnenkwam. 
‘Dat zei Floris ook al,’ zei Sandra. ‘Maar dat komt doordat de geur van rook in mijn spullen zit.’
Ik besloot er niet op in te gaan en ging naast haar op haar bank zitten. Het was netjes in haar kamer.
‘Heb je een piercing boven je lip gehad?’ vroeg Sandra en wees naar het gaatje dat midden onder mijn neus zit.
‘Ja.’
‘Wat tof,’ reageerde Sandra enthousiast.
‘Wat is er gebeurd afgelopen weekend?’ vroeg ik.
Sandra vertelde over het feestje. Er waren maar een paar vrienden geweest en het viel best mee met het geluid. Ze vertelde welke buren ze vooraf had ingelicht. Ook de bovenburen.
‘Waarom was er dan politie?’ vroeg ik.
‘Ik heb geen politie gezien.’

Ik begreep nu waarom Floris Sandra in huis had genomen. Ze had iets onschuldigs, al wist ik niet waar dat door kwam.

En ik kon me voorstellen dat haar verhaal klopte. Dat ze een van de bovenburen had verteld van het feestje, maar dat dat zij het niet aan de rest van het studentenhuis had verteld. Dat iemand die niet van het feestje wist de politie had gebeld. Dat de politie gewoon door was gereden, omdat het meeviel met het geluid.

‘Zoiets moet niet weer gebeuren, maar je mag hier blijven wonen,’ zei ik.
‘Echt waar?’ Sandra leek oprecht verbaasd. ‘Gelukkig. Ik was net een band aan het opbouwen met Floris. Het is zo jammer als zoiets weggegooid wordt.’

Ik liep naar de tuin om te zien om te zien of de wingerd al blad had gekregen. Sandra kwam snel naast me staan. 
‘Sorry,’ zei ze meteen.
‘Waarvoor?’
‘Er is een emmer met verf gevallen.’
Ik keek naar beneden en zag op verschillende plekken verf op de tegels zitten. In meerdere kleuren en duidelijk afkomstig van spuitbussen.
‘Is die emmer met verf soms op meerdere plekken omgevallen?’ vroeg ik.
‘Ik maak het schoon,’ zei Sandra. ‘Het gaat er best gemakkelijk af.’
‘Maak het maar schoon,’ zei ik.
‘Trouwens, ik heb wat keukenapparatuur van Floris op zijn kamer gezet, zodat ik was meer ruimte op het aanrecht heb. Eigenlijk mag ik niet op zijn kamer komen, dus ik vertel het je maar.’
‘Voor deze keer is het goed,’ zei ik. ‘Als je niet weer op zijn kamer komt.’
En omdat ik mijn verantwoordelijkheden als huisbaas inmiddels erg serieus nam voegde ik eraan toe: ‘Heb je de huur eigenlijk al betaald?’

Over een week verschijnt Het huis van mijn broer IV.
Eerder verschenen Het huis van mijn broer I en II.

Heimwee

Ik ben het liefste thuis en dan nog ken ik heimwee. Ik verlang vaak naar mijn bed en het kost me elke dag moeite om op te staan, ook als ik me goed voel. Dat is een kwestie van gewenning, ik heb veel gelegen in mijn leven en dat was nergens voor nodig. 

Laatst had ik het met mijn vriend over de littekens op mijn armen. Ze zijn groot, ik kreeg ze nadat ik op mijn elfde met mijn armen door het glas van de voordeur ging. Mijn vriend vertelde me welk litteken hij het mooist vond en ik vertelde hem over de mee-eters die vroeger regelmatig langs de rand van het langste litteken zaten. Ik had ze al jaren niet meer gezien en miste ze opeens.

Het huis van mijn broer II

Het was vreemd om bij Floris thuis te zijn nu er ook iemand anders woonde. Ik had het idee dat ik zachter moest praten en deed de badkamerdeur op slot als ik ging plassen. Ik vroeg hem naar het nieuwe kastje dat onder de wasbak stond.
‘Daar moet ik het nog met Sandra over hebben,’ zei hij. ‘Ik snap dat ze opbergruimte wil, maar ze moet niet ongevraagd zo’n afzichtelijk rek in mijn badkamer neerzetten.’
‘Hoe gaat het verder?’ vroeg ik.
Floris antwoordde dat hij dacht dat het wel goed zou komen. Dat gaf mij niet veel vertrouwen.
‘Vanmorgen heb ik om half vijf aan haar deur geklopt, want ze had luidruchtige seks. Eigenlijk was het zelfs de afspraak dat er niemand zou komen logeren, maar ik heb een oogje dichtgeknepen. Ze kwam vanmiddag haar excuses aanbieden, het zou niet weer gebeuren.’
‘En?’
‘Ze heeft in huis gerookt, maar toen ik er naar vroeg ontkende ze dat er gerookt was. Ze zei dat de geur van rook gewoon in haar spullen hing.’
‘Zullen we pizza bestellen?’ vroeg ik. Normaal gesproken kookten we samen, maar ik had geen zin om iemand anders tegen te komen in de keuken.

Floris had veel met me te bespreken. Als iemand voor langere tijd naar het buitenland gaat, moet er van alles geregeld worden. Hij plakte zijn pinpas in de map met administratie. Hij gaf me wat wachtwoorden. Hij vertelde me over de ketel die binnenkort vervangen zou worden. ‘Sandra moet ten slotte wel warm kunnen blijven douchen.’ Het onderwerp kwam steeds weer op Sandra.

‘Moeten jullie geen sloten op jullie deuren?’ vroeg ik.
‘We hebben afgesproken dat we niet op elkaars kamer komen.’
‘Maar een hangslotje is er toch zo aangezet?’
‘Sandra vindt het ook niet nodig.’

Ik hoorde de voordeur openen en er klonk getrippel op het laminaat in de gang. Een hond.
‘Af en toe logeert de hond van Sandra’s moeder hier. Ik had gezegd dat ik geen dieren in huis wil, maar deze hond is erg lief. Kom, ik stel je even voor.’
In de gang stond een slank meisje met rood haar en twee piercings onder haar lip. Ze had een brede lach en droeg behoorlijk wat eyeliner. Naast haar stond een lange jongen. Hij had een grote witte pet op zijn hoofd.
‘Hoi chef,’ zei de jongen tegen mijn broer.
Sandra en de jongen gaven me een hand. De jongen bleek Stanley te heten. Zijn gezicht was net zo pokdalig als het mijne jaren geleden was.
Ik had niet de behoefte om met ze te praten.

Om tien uur ’s avonds ging ik naar huis.
‘Moet ik trouwens weer voor je planten zorgen?’ vroeg ik bij de voordeur.
Floris had in zijn woonkamer lange plantenbakken hangen, vlak onder het plafond. Hij had er ooit klimop in geplant, na een paar jaar waren het prachtige groene watervallen geworden. 
‘Nee, ik heb ze laten hangen en Sandra zorgt voor de planten.’
Mijn broer en ik gaven elkaar een grote knuffel, zoals we eigenlijk altijd doen als ik vertrek.
‘Pas goed op jezelf,’ zei ik.
‘Jij ook,’ zei Floris. ‘En op het huis.’

Ik hoefde niet eens te huilen.

Over een week verschijnt Het huis van mijn broer III.
Vorige week verscheen Het huis van mijn broer I.

Het huis van mijn broer I

‘Ik weet al wat ik doe,’ zei mijn broer. ‘Ik ga mijn woonkamer verhuren.’
Eerder had hij bedacht dat hij een extra baantje zou kunnen nemen. Ik zei hem toen dat ik dat een slecht idee vond. Sinds ik vorig jaar mijn vaste baan op heb gezegd, ben ik een groot pleitbezorger van vrije tijd. Mijn broer was een van de weinige mensen die echt begreep dat het goed voor me was om te stoppen met mijn werk, al zou hij zelf zo’n keuze nooit maken. Ik vind financiële zekerheid niet belangrijk, maar snap wat het voor mijn broer betekent.
‘Een huisgenoot,’ zei ik. ‘Wat een goed idee.’

Mijn broer zette een advertentie op internet en ik hielp hem met het verslepen van zijn huisraad. Een groot deel van de spullen uit zijn woonkamer brachten we naar de opslag die hij voor de gelegenheid gehuurd had. De eettafel kwam in zijn slaapkamer te staan, de kamer die binnenkort nog maar zijn enige kamer zou zijn. De boekenkast mocht ik meenemen. 

Er kwamen reacties op de advertentie. Er waren studenten met dubbele achternamen. Er waren behoorlijk wat mensen van in de veertig. Er was een man die zijn huwelijk wilde ontvluchten en in de reactie op de advertentie iets vertelde over zijn geheime relatie. 
‘Niet uitnodigen,’ zei ik.
Er was een jonge kunstenaar met Duits accent en een enorme glitteroorbel. Hij kwam langs en leek geschikt, maar wilde bij nader inzien toch liever een goedkopere kamer.

Mijn broer vond het allemaal geen probleem, hij had de tijd. Hij zou over twee maanden een tijdje in het buitenland moeten werken en een goede huurder vinden leek hem belangrijker dan een extra maand huur. Dat vond ik verstandig.

Binnen twee weken na het zetten van de advertentie vond hij iemand. Sandra. 
‘Ze is twintig,’ vertelde mijn broer.
Ze leek me meteen erg roekeloos. Welk meisje van twintig kiest er nou voor om bij een tien jaar oudere man in huis te gaan wonen?
‘Sandra heeft een beetje een ingewikkelde achtergrond,’ zei mijn broer.
Sandra had vast een goede reden om te verhuizen. Ik wilde haar niet direct veroordelen, maar iemand met een beetje een ingewikkelde achtergrond klinkt niet als iemand die bij mijn rechtlijnige broer in huis past.
‘Dit klinkt nu al lastig,’ zei ik.
‘Ik denk dat ik in het begin een paar goede gesprekken met haar moet voeren,’ zei mijn broer.
Ik viel even stil.
‘Sandra heeft haar haren al in alle kleuren van de regenboog geverfd. Nu is het rood. Ze doet me wat aan jou denken aan hoe jij was toen je twintig was.’
‘Floris, weet je zeker dat dit een goed idee is?’
‘Maak je geen zorgen. Ze is heel aardig. Bovendien heeft ze gezegd dat ze smetvrees heeft, dus vies zal ze het hier niet maken. Morgen verhuist ze al.’

Een dag later belde mijn broer me.
“Mijn baas heeft gezegd dat ik zes maanden naar het buitenland moet in plaats van vier. En ze willen dat ik over vijf dagen al vertrek. Misschien is het handig als je voor die tijd kennis komt maken met Sandra.”


Over een week verschijnt Het huis van mijn broer II.

Na een avond op een invalwerkplek

Ik liep naar de trein en dacht aan mezelf. Niet aan de collega die er doorheen zat. Niet aan andere collega’s. Niet aan de cliënt (op mijn vorige werk heetten cliënten gewoon bewoners, ik vind het woord cliënt stom, maar ze noemen ze bewoners overal cliënten) en hoe het met haar ging. Ik dacht alleen aan dat ik dit niet mee had willen maken.

Afgelopen week was er op een invalwerkplek een incident met agressie dat diepe indruk op me maakte. De agressie was op mij gericht. Ik ken agressie bij mensen met een beperking en ik ben wel vaker bang geweest, maar nog niet eerder was het zo erg als afgelopen week. Geeft niets, dacht ik. Als ik er maar weer sta de volgende keer. Als ik maar zie dat het ook goed kan gaan.

Het ging niet goed.

Gisteravond was het om acht uur stil in Nederland, maar daar kreeg ik niets van mee. Het ging mis met de cliënt die eerder deze week agressief naar mij was. Er zijn veel dingen die je leert als je jaren in de gehandicaptenzorg werkt, een van die dingen is dat agressie te maken heeft met angst. Ik heb nog nooit iemand zo lang zo ontzettend bang gezien en ze was niet gerust te stellen. Zij aan de ene kant van een deur, wij aan de andere kant van een deur. Voor ieders veiligheid.

Soms ga je na een heftige avond naar huis met het gevoel dat je het goed hebt gedaan. Ik kon alleen maar denken aan wat ik niet kon doen, doordat ik een invalkracht ben, doordat ik het eerdere incident nog in mijn lijf had zitten en doordat de situatie te groot was.

Dan was er nog de veiling van een tekening. De veiling zou vlak nadat ik vrij was afgelopen zijn en dat zou me net de gelegenheid geven om op de tekening te bieden. Doordat ik langer had gewerkt ging die aan me voorbij. Ik was bijna bij het station en pakte mijn telefoon uit mijn tas om te zien wat de tekening op had gebracht. Ik bleek nog een minuut en zeventien seconden te hebben om te bieden.

Op de tekening is een vrouw te zien, ze heeft een klein kleedje over haar buik liggen en daar steekt ze een van haar armen onder. Ik vond het op de afdeling erotica, tussen beduimelde Duitse seksblaadjes en te sterk ingezoomde foto’s. 

Ik besloot te bieden en won de veiling. De behoefte aan iets positiefs meemaken was zo sterk dat ik hardop moest lachen.

Pas in de overvolle trein voelde ik mijn rug en ik moest bijna huilen toen een man zomaar tegen een jongen zei dat hij zijn tas van de stoel moest zetten zodat ik kon zitten. Ik deed mijn oordoppen in en tikte de suggesties die Spotify me deed allemaal door. Er was weinig dat ik wilde horen. Bij een nummer van The Offspring bleef ik hangen.

You gotta keep ‘em separated

Ik houd niet van The Offspring, maar ik heb dit nummer vroeger vaak gehoord. Geruststelling vind je in dat wat je kent.

Hey, come out and play

Hoe ik heet, wie ik ben

Ik herkende hem meteen, toch vroeg ik voor de zekerheid zijn naam aan de barvrouw. ‘Ewoud,’ zei ze. Het was hem echt. De man die vorig jaar onder te veel Facebookberichten een reactie achterliet. De man waar ik zo’n medelijden mee had. De man die me graag wilde helpen als hij dacht dat ik het moeilijk had. De man tegen wie ik niet durfde te zeggen dat ik zijn berichten onprettig vond. De man waar ik het benauwd van kreeg. De man die ik van Facebook verwijderde. De man die me vroeg waarom ik dit had gedaan, geen genoegen nam met mijn korte uitleg en nog dagenlang berichten bleef sturen. Een keer zelfs midden in de nacht, omdat hij er niet van kon slapen dat we geen vrienden meer waren.

Hoewel de man me niet herkende, was ik blij dat hij mijn echte naam waarschijnlijk niet kende.

Ik trad anderhalf jaar geleden eens op onder een verzonnen naam. Jirke Poetijn. Na dat optreden maakte ik dit blog aan. Het is prettig schrijven onder een pseudoniem. Je kan grote geheimen delen en verzinnen als mensen niet weten wie je bent. Ik dacht dat Jirke Poetijn alleen op internet zou bestaan, maar ik organiseerde een open podium dat ik presenteerde als Jirke, waarna er mensen waren die me bij een verzonnen naam noemden.

Mijn echte voornaam was lange tijd op mijn blog, op Facebook en op Twitter te vinden, totdat iedereen me online Jirke noemden, behalve mannen die privé-berichten stuurden waarin ze veel te dichtbij kwamen.

Op steeds meer plekken heet ik Jirke, omdat er steeds meer redenen zijn om mijn online identiteit aan te laten sluiten bij de offline variant van mezelf. Iedere keer dat ik besluit ergens me Jirke te noemen terwijl ik eigenlijk anders heet, moet ik wennen aan de verzonnen naam op een nieuwe plek.

Toen mijn vriend en ik naamkettingen kochten, vroeg een vriendin met welke naam mijn vriend om zijn nek liep.
‘Toch niet Jirke?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Gelukkig.’

Met een andere vriendin at ik vorige week pizza. Ik vertelde haar over de boventiteling die ik voor een theatergezelschap doe. En dat iedereen daar denkt dat ik Jirke heet, omdat ik me aan had gemeld met mijn Jirke-emailadres. Ik heb daar wat spijt van.
‘Het voelt ongemakkelijk,’  vertelde ik. ‘Op andere plekken is er altijd een goede reden om me voor te stellen als Jirke. Nadat ik de mail had afgesloten had met Jirke vond ik het raar om alsnog te zeggen dat ik eigenlijk een andere naam heb. En nu blijf ik me maar als Jirke voorstellen.’
‘Nou,’ zei ze, terwijl ze een stuk pizza dubbelvouwde om in haar mond te steken, ‘volgens mij vind je het gewoon hartstikke interessant.’
Ik dacht aan de boodschap van een ex die zo vaak herhaald is dat hij als een soort mantra in mijn brein is blijven hangen: je wil alleen maar aandacht, je wil alleen maar aandacht, aandacht, aandacht, aandacht.
‘Nee,’  zei ik. ‘Nee.’

Vorige week had ik een vergadering. We hadden het over poëzie. Er was taart. Iemand noemde me bij mijn echte naam. Iemand anders was verbaasd.
‘Heet je geen Jirke meer?’ vroeg ze.
‘Zo heet ik natuurlijk niet,’ zei ik. ‘Eigenlijk.’
‘Voor mij heet je gewoon Jirke.’
‘Dat is goed,’  zei ik. ‘Ik luister naar beide namen wel.’