Antwoord

We staan voor de spiegel en ik heb net haar grijze haren gekamd. Meestal doet ze het zelf, soms doe ik het. Omdat haar haren alle kanten opstaan en ik ze met een beetje water in bedwang krijg. Of vanwege de aandacht die ik haar kan geven.

Met mijn vlakke hand bescherm ik haar ogen tegen de haarlak die ik spuit.
‘Dat doet de kapper ook,’ zegt ze.
‘Ja,’ zeg ik. ‘Je ziet er mooi uit.’

Ze bekijkt zichzelf in de spiegel en is tevreden. Ik sta nog met de bus haarlak in mijn hand. Ze kijkt naar de haarlak en ziet iets op mijn arm.
‘Wat is dat?’ vraagt ze.
Ik heb altijd een hekel gehad aan deze vraag. Het duurde lang voordat ik doorkreeg dat mensen niet werkelijk wilden weten wat ‘dat’ is. De eigenlijke vraag was: hoe komt dat? Of misschien wilden ze alleen zeggen: ik heb het gezien. Dit is de eerste keer dat de vraagsteller het antwoord op de vraag niet weet.
‘Een litteken,’ zeg ik.
‘Oh?’ antwoordt ze. Ze zet haar vinger aan het uiteinde van de streep die haast bij mijn pols zit en volgt de lijn tot aan mijn elleboog.
‘Ik heb er meer,’ vertel ik. De littekens horen bij me en ze is geïnteresseerd. Ik laat de andere strepen zien. Ze zijn allemaal aardig goed verborgen wanneer mijn armen naar beneden hangen.
‘Hoe komt dat?’ vraagt ze.
Ik kan vertellen over het gezandstraalde raam van de voordeur en harde wind die bomen boog alsof ze van elastiek waren, maar soms is een antwoord precies wat iemand nodig heeft.
‘Het is van vroeger,’ zeg ik.
‘Oh,’ zegt ze weer. Ze zet haar vinger nu op een haast spiraalvormig litteken. ‘Mooi.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *