Aangesproken worden

In de trein naar huis zeg je ineens tegen je collega: ‘Ik ga zo nieuwe kleren kopen.’ Je vat het plan pas terwijl je het zegt. ‘Rokjes zeker,’ zegt hij. Je bevestigt dat.

Jullie praten even over nieuwe kleding en op stap gaan. In de tijd dat hij uitging, kocht hij vaak nieuwe T-shirts.

Je denkt aan rokjes, uitgaan, mannen, panty’s en het bier dat nog in je koelkast staat van je gezapige verjaardag. Je denkt aan het hebben van heel slechte seks en weet dat dat na de juiste therapie helemaal geen last hoeft te blijven. Je wil je haar verven.

Dit wordt een nihilistische periode, denk je content. En: dat woord zoek ik op, voordat ik vanavond met dubbele tong mijn nieuwste levensfilosofie verkondig.

Het is druk in de winkelstraten, alsof het binnen een week kerst is. Iedereen met kleding in de handen, heeft een moeder mee. Er hangt niets leuks in de rekken.

Op weg naar de vierde winkel, word je aangesproken door een straatkrantverkoopster. Je koopt een krant en vraagt of het een beetje loopt. ‘Ik kan niet zeggen dat ik veel verkocht heb,’ zegt ze. ‘Maar ik mag niet klagen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *