De parkeerplek

Ik verhuisde naar een prachtige woning met een prachtig uitzicht en verfde een muur prachtig blauw. Ik kocht een prachtige stoel. 

Bij de woning zat een vaste parkeerplek in de ondergrondse parkeergarage. Als mensen op visite kwamen en zeiden dat mijn huis zo prachtig was, herinnerde ik ze aan de plek in de ondergrondse parkeergarage, die ook bij mijn woning hoorde.

Er ontstond snel gedoe rondom de parkeerplaats. Iemand anders zette er steeds zijn auto neer, hoewel mijn huisnummer bij de plek hing. Toen ik mijn auto er een paar keer parkeerde, werd er met onnodig veel plakband een wat agressieve mededeling op mijn zijruit geplakt. Dit was niet mijn parkeerplek, zoveel stond er ongeveer. Ik belde een paar keer met de woningbouwvereniging, daar wisten verschillende afdelingen niet hoe het zat. Misschien hing mijn nummer er, maar was het toch de plek van een ander.

Het duurde maar en het duurde maar. Dit is een goed feuilleton, dacht ik.

Enkele oudere flatgenoten hadden ook al opgemerkt dat er iets niet klopte, ze hadden uitgedokterd dat de gele auto van mij was en dat deze soms achter de flat geparkeerd stond. Ze stonden beneden in de hal te discussiĆ«ren (roddelen is zo’n onaardig woord) over de kwestie toen ik binnenkwam. Ik moest er echt werk van maken, zeiden de dames.

Vandaag kreeg ik een mail van de woningbouwvereniging. Sorry. Vergissing. Er hoort helemaal geen parkeerplek bij de woning. Zo hadden ze de woning nooit aan me mogen aanbieden. Ze zouden kijken naar een mogelijke oplossing.

Even was ik heel boos. En dat ben ik nog steeds een beetje. Maar ik dacht ook: wat is het een luxe om je druk te kunnen maken over of je je auto binnen kan parkeren. En nog beter: er is een allesoverheersende onverschilligheid verdwenen die me al jaren in de weg zat.

Wat het is

Het is het nieuwe huis. Of nee, het is de ruimte in het nieuwe huis. Of het zijn de spullen die ik achterliet in de vorige woning. Het zijn de mensen die me hielpen met verhuizen.

Het is de twaalf meter lange muur in de mooiste kleur blauw denkbaar. Of het zijn de mensen die kwamen verven. De vriend die drie dagen achter elkaar langskwam, die aan elke laag meegeverfd heeft.

Het is de glittermuur.  Of het is dat ik de glittermuur heb die ik al jaren wilde. Of nee, het is dat ik laag na laag glitterverf aanbreng, omdat ik weet dat ik een glittermuur wil.

Het is de nieuwe buffetkast. Of het is dat Oscar zijn werkdag onderbrak omdat de buffetkast gebracht werd.

Het is dat vrienden hier zonder aankondiging langs kunnen komen. Of nee, het is dat ik niet in paniek raak als mensen hier zonder aankondiging langskomen. Of eigenlijk is het toch de ruimte hier. En dat het opgeruimd is.

Het is dat het me hier lukt om op te ruimen.

Het is dat ik hier soep kookte voor de mensen die kwamen helpen. Of het is dat ik hier dagelijks de afwas doe.

Dat hier geen muizen zijn, dat is het. Dat ik een kat wil en dat er misschien ooit wel een kat komt.

Het zijn de pillen die ik kreeg.

Het is dat ik hier kan leven. Dat ik het Gasuniegebouw kan zien als ik naar buiten kijk. Het is dat ik vooruit kan kijken.