Loslaten, meenemen

Ik nam afscheid van een buurman. Een andere buurman ziet komend weekend waarschijnlijk dat ik dozen in een bus laad, dan zal ik hem bevestigen dat ik vertrek.

Nog drie nachten in dit huis.

Ik denk aan de tweede keer dat ik met Oscar afsprak, hij bracht me na afloop van de date naar huis en zoende me voor mijn huis, midden op de straat, het was laat in de nacht en er reden gelukkig nauwelijks nog auto’s. Dat moment duurde eindeloos en ik dacht ondertussen hard na over wat ik moest doen, vooraf had ik nagedacht over of ik hem mee naar binnen zou vragen, en hoe, met een grapje, heel luchtig en natuurlijk, maar ik durfde het niet. Oscar nodigde zichzelf niet uit. Uiteindelijk moest ik wel iets vragen, dat deed ik onhandig en Oscar bleef bij me slapen.

De plekken laat ik liggen. De plek waar we zoenden, de plek waar we sliepen.

Ik neem een man mee die ik elke ochtend om zeven uur bel, omdat ik niet langer halve etmalen in bed wil blijven liggen. Om elf uur naar bed, er om zeven uur weer uit.
‘Ben je al opgestaan?’ vroeg Oscar vanmorgen.
‘Nee,’ zei ik.
‘Waarom niet?’
‘Als ik met mijn been over mijn matras beweeg, is het zo zacht. Het is zo lekker zacht.’
‘Je verveelt je,’ zei hij. ‘Sta op. Gedraag je volwassen.’
‘Oké, oké,’ zei ik en ik moest lachen. Om zeven uur ’s ochtends. ‘Ik zit al op de rand van mijn bed.’

Beslissingen

Nu is het echt. Bijna alles is ingepakt, morgen vul ik de laatste dozen.

Vanmorgen nam een medewerker van de woningbouw de staat van mijn huis op. Het was allemaal in orde, twee weken geleden kon ik me dat niet voorstellen. De medewerker vroeg of er bijzonderheden waren.
‘Ik heb muizen gehad,’ zei ik.
‘Nu nog steeds?’ vroeg hij.
‘Ik geloof het niet,’ zei ik.
De man noteerde iets op zijn tablet. Het was geen probleem.

Als ik door de buurt loop, neem ik afscheid. Ik laat meer achter dan ik eerder besefte. Toen ik langs de Amazing Oriental liep besloot ik flink wat artikelen te kopen die ik nog niet eerder had gekocht. In de buurt van mijn nieuwe huis is geen winkel waar ze producten verkopen die ik graag eens voor het eerst wil proberen.

Ik neem afscheid van naar lopend naar mijn broer kunnen. Lopend het huis kunnen ontvluchten als iemand op het juiste moment vraagt of ik een kopje thee wil komen drinken.

Ik weet nog niet hoe ik afscheid neem van Peter. Als iemand ervoor gezorgd heeft dat ik me thuis voel in deze buurt, is hij het. Peter werkt in de supermarkt om de hoek, hij is altijd opgewekt en geïnteresseerd. Ik denk niet dat mijn nieuwe supermarkt een medewerker heeft die ziet dat ik een nieuwe bril heb, zonder dat ik me daar ongemakkelijk bij voel.

Ik denk erover om Peter een bloemetje te brengen, maar ik ben bang dat hij zich dan ongemakkelijk voelt.

Even geloofde ik dat ik de geplande verhuizing liever terug wilde draaien.

Een van de meest verlammende gedachten die ik heb gaat over dat ik maar een versie van dit leven kan leven. Ik zou niets liever willen dan dit alles oneindig vaak overdoen, bij exen blijven, als puber in therapie gaan, mijn studie afmaken, twee studies afmaken, veel drugs blijven gebruiken, ruzies bijleggen, een kind krijgen. Ik wil alles. Alles.

Ik vergat dat ik een van die versies nu leef. Dat alle twijfel, al het verdriet en alles wat ik niet heb gedaan bij dit leven hoort. En dat ik, als ze er zijn, niet gebaat ben bij kennis van de andere versies.

Ik vergat dat dit mijn leven is.

Ik verhuis. Ik ga mijn routines missen. Nieuwe routines ontwikkelen. Andere ervaringen opdoen. Spijt hebben. Uitkijken naar dingen die komen.

Ik weet niet wat de uitkomsten van mijn beslissingen zijn, maar ik maak ze.

Ik wil alles graag oneindig vaak overdoen. Dat is dit leven.

Terugvinden

Ik woon tussen dozen. Opruimen en inpakken was een confrontatie met hoe slecht ik voor mezelf heb gezorgd, het viel niet mee, het valt niet mee, gelukkig word ik goed geholpen.

Mijn therapeut vertelde over zijn vakantie in Litouwen, liet me foto’s zien van oude gebouwen die gerenoveerd werden door mensen voor wie de geschiedenis van hun land weer belangrijk werd.

Ook dat gebeurde tijdens het opruimen, dacht ik toen ik naar zijn verhalen luisterde. Ik vond terug wat ik verwaarloosd had: festivalbandjes, een doosje met prullen van iemand met wie ik samenwoonde, kinderachtige sieraden die ik te lang gedragen heb, schriften met aantekeningen, een spaarpotje.

Ik heb een geschiedenis en een nieuwe plek waar alles kan gebeuren. Het komt goed.

Vakantie, verhuizen

Ik wilde niet op vakantie, omdat er thuis nog veel moest gebeuren. Ik ga verhuizen. Ik ga verhuizen en er moet nog veel gebeuren, ik weet wat er nog moet gebeuren en ik weet dat ik ook veel dingen over het hoofd zie die moeten gebeuren.

Eenmaal op vakantie wilde ik eerder terug naar huis. Toen lukte het te ontspannen en sliep ik haast halve etmalen, dat was niet de bedoeling, ik besloot een ritme aan te houden en daarna lukte het wel, met die vakantie.

Er was een kat die steeds naar ons vakantiehuisje kwam. Ze miauwde voor de hordeur tot we naar buiten kwamen. Als we haar aaiden beet ze soms, niet hard, we zeiden dan lieve dingen tegen haar en aaiden zachtjes door, dat vond ze prettig. Als ze op schoot wilde legden we een handdoek op onze bovenbenen, zodat we haar gekrab niet voelden. Ze had iets tams en iets wilds.

We reden naar de Ardennen, daar was ik nog nooit geweest. Het blijkt dat ik in de regen door haarspeldbochten kan sturen, ooit wil ik naar Parijs rijden of een andere moeilijke plek, ik houd van autorijden. De Ardennen waren prachtig, ik zag een bergriviertje, ik had nog nooit helder water zien stromen en bouwde een dam.

Ik dronk, maar niet te veel.

We gingen naar het Van Abbemuseum, naar het Philipsmuseum, naar het Carnavalsmuseum. Ik kookte, Oscar kookte.

Soms huilde ik een beetje, vroeg me af waarom dingen op vakantie niet lukten, of juist wel, en hoe het moest als ik weer thuis was. Hoe ik alles ingepakt kreeg. Hoe ik moest verhuizen. Hoe ik ervoor kon zorgen dat ik voor mezelf zou zorgen als ik verhuisd was.

Ik noemde de kat Janneke. Ergens vond ik niet dat ik een kat een naam kon geven als ze er al een had, maar ik vond het ook raar dat we dieren namen geven, dus ik besloot er niet te lang over te piekeren. Janneke beet steeds minder.

Ik werd veel gestoken door muggen. Ik las een boek uit.

Bij het inleveren van de sleutel van het vakantiehuis vroeg ik naar Janneke. ‘Hij is van niemand,’ zei de eigenaresse van het huisje. ‘De meeste mensen vinden hem vervelend, je mag hem zo meenemen.’ 

Janneke leek me erg tevreden en er past bovendien geen halfwilde kat in mijn nieuwe huis, misschien een blinde kat die niet naar buiten mag, maar pas over een jaar, pas als ik weet dat ik voor mezelf kan zorgen. Ik heb eerst wat te bewijzen.

Op weg naar huis wilde ik niet naar huis. Ik zette Oscar voor zijn deur af, hij gaf me bananendozen mee, omdat ik thuis verder zou met inpakken voor de verhuizing.

Toen ik mijn voordeur opende, kwam me een vreemde geur tegemoet. Mijn huis rook niet naar mijn huis. Er stonden dozen in mijn hal. De koelkast was verdwenen. Op het aanrecht lagen stapels gevouwen kleding.

Tijdens mijn vakantie was Floris in mijn huis geweest om de helft van mijn spullen in te pakken. De chaos te beteugelen. Ik belde hem, blij en in paniek en beschaamd, want ik wist wat Floris zoal tegen was gekomen. ‘Ik dacht, ik geef je een zetje in de goede richting,’ zei hij.

Ik had een zetje nodig. Mijn werk is mensen zetjes geven, en ik ben daar goed in omdat ik weet hoe het is om alles alleen te willen kunnen.