Dozen

‘Maar waar ga je dan naartoe?’ vroeg iemand me laatst.
Ik zei dat ik het niet wist.

Vorige week was ik op vakantie en ik kocht in een verre kringloopwinkel een elektronische sinaasappelpers in de vorm van een sinaasappel. Er stonden meerdere exemplaren in de kringloop, sommige persen waren incompleet, anderen zaten nog in de originele verpakking. Ze kostten allemaal €2,50. Een schijntje.

Ik zal de pers niet gebruiken voordat ik verhuisd ben, vandaag stop ik hem in een doos, samen met de achthoekige borrelglaasjes en de Tupperwarebakjes die ik tijdens mijn vakantie kocht. Al mijn andere spullen pak ik ook in.

De laatste keer dat ik wilde verhuizen pakte ik het op dezelfde manier aan: eerst alles inpakken, wegdoen wat weg kan, en nieuwe spullen niet gebruiken maar meteen opbergen en hopen dat ik vergeten ben dat ik ze had gekocht tegen de tijd dat ik een woning gevonden heb. Daarna pas een huis zoeken.

Ik woonde in die tijd in een kamertje, ik deelde een benedenwoning met een vriendin. Ze was in de war en overschreed behoorlijk wat van mijn grenzen. Ik vluchtte voor haar. Het duurde even voordat ik een woning had gevonden en tot die tijd stelde het leven tussen bananendozen me gerust.

Nu vlucht ik voor mezelf, voor alle spullen die ik heb gekocht en voor de snoeppapiertjes die niet in de prullenbak zijn beland. Het lukt me slecht om dingen weg te gooien. Ik erger me aan mensen die zeggen dat het verzamelen van spullen niets meer is dan een zinloze poging een interne leegte proberen te vullen, maar ze kunnen best gelijk hebben. Als ik me mijn nieuwe woning voorstel, is dat zonder al die spullen. Willen verhuizen maakt het gemakkelijk afstand te doen van een groot deel van mijn bezit.

Op vakantie nam ik een microdosis psilocybine. Misschien was het iets meer dan een microdosis, maar het had niet het effect moeten hebben dat het had. Sinds de vakantie denk ik meer dan gebruikelijk na over kwesties die je in de Happinez tegen zou kunnen komen. Vandaag vraag ik me daarom af hoe het kan dat denken aan verhuizen de mentale ruimte schept die ik nog heb om spullen weg te doen en hoe die ruimte zich verhoudt tot de interne leegte die ervoor zorgde dat ik die spullen eerder verzamelde.

Misschien wil ik niet meer verhuizen tegen de tijd dat alles ingepakt is. Verf ik mijn muren zodra ik tussen de dozen woon. Dweil ik mijn vloer.