Zorgen voor

De afgelopen maanden lukte het me slecht om uit bed te komen. Ik wilde de gordijnen gesloten houden. Eergisteren werd ik ziek en ik weigerde me te laten vellen. Ik ging naar mijn werk, hield het vol.

Vandaag blijf ik thuis, met tegenzin.

Depressie is sterker dan griep, dacht ik. En toen: misschien is fysiek ongemak beter te bestrijden dan mentaal ongemak. Ik dacht nog meer, niets sneed hout, veel van mijn gedachten waren beledigend voor mezelf of anderen.

Onlangs likte Oscar mijn gezicht, als een hond. Toen hij mij daarna wilde zoenen kon hij de geur van zijn adem die van mijn huid opsteeg niet verdragen. Hij haalde een washandje en waste mijn gezicht.

Voor iemand zorgen is nooit onbaatzuchtig, geloof ik. Voor jezelf zorgen ook niet. Vanmorgen ging ik met ongekamde haren naar de Albert Heijn en haalde een liter versgeperst sinaasappelsap uit de persautomaat. Het smaakte me niet.

Eerlijkheid

Het begint tussen de lakens met eerlijkheid, dat heb ik ergens gelezen. Niet met een klik, vaardigheden of een aantrekkelijk lichaam.

Ik had vooraf van alles beloofd en hij was enthousiast, maar ik had mijn hoofd er niet bij. Natuurlijk probeerde ik het eerst een tijdje, maar toen zei ik: ‘Sorry, eigenlijk ben ik gewoon heel verdrietig.’

Een kort moment las ik een naar woedend neigende ergernis op zijn gezicht, daarna keek hij mild en gaf me een knuffel.
‘Ik dacht al zoiets,’ zei hij.
Hij klonk verdrietiger dan ik me voelde en het duurde even voordat ik hem ervan overtuigd had dat het met mij wel weer ging.

Opstaan

Afgelopen nacht droomde ik dat ik zalm at en vreemd was gegaan. Over de zalm maakte ik me niet druk, over het vreemdgaan wel. Ik moest bedenken of ik het Oscar zou vertellen terwijl ik zeker wist dat het niet uit zou komen omdat de man met wie ik luidruchtig vreemd was gegaan spoedig zou sterven. Niemand had ons gehoord.

De afgelopen tijd droom ik elke nacht, meestal zijn het nachtmerries. Ik denk dat mijn onderbewuste me probeert te vertellen dat ik meer mee moet maken, maar ik heb geen behoefte aan het eten van zalm en geen behoefte aan vreemdgaan (wel aan aandacht, maar niet aan fysiek contact met iemand anders dan Oscar, niet aan leven met een geheim en niet aan opbiechten dat ik iets verkeerd heb gedaan).

Misschien is het tijd om op te staan, te douchen, mijn tanden te poetsen, me aan te kleden, het vuilnis weg te gooien, de rekeningen te betalen, iets gezonds te koken, vrienden te zien, mensen te zeggen dat het me spijt dat ik zo veel in bed heb gelegen.

Oud en nieuw

‘Zie je dat cadeautje in de kast?’ vroeg Aurore. ‘Wat vind je ervan?’
‘Mooi ingepakt,’ zei ik.
‘Het is voor jou.’

We dronken lichtroze wijn, hadden het over mannen en over wat we de rest van de avond zouden gaan doen. Ik had verteld over Oscar, dat ik hem had gezegd dat ik bang was een emotionele dronk te krijgen tijdens de jaarwisseling.
‘Wat moet ik doen als je emotioneel wordt?’ had Oscar gevraagd. Het was een eenvoudige vraag, dat zijn vaak de beste.
‘Lief voor me zijn, me een kus geven, zeggen dat alles goedkomt en het menen.’
‘En als je weg wil?’
Ik had er nog niet over nagedacht dat ik kon vertrekken.
‘Als je ook bijna weg wil moet je misschien maar met me mee,’ zei ik. ‘Als het feestje nog leuk is, blijf dan maar gewoon.’
‘Ik ben blij dat we dit vooraf al besproken hebben,’ had Oscar gezegd.

Het cadeau was een fleecedeken in een goede kleur blauw.
‘Omdat je vaak verdriet hebt, zei Aurora. ‘Omdat je dan soms geen mensen in de buurt wil hebben en ik niet altijd weet hoe ik er voor je kan zijn.
We huilden een beetje. Ik aaide de kat.
‘Tot volgend jaar,’ zei ik toen ik vertrok, ook al vond ik dat een stomme grap.

Om kwart voor twaalf dronk ik rode wijn. Oscar dronk alcoholvrij bier. Er werden hits uit de jaren 80 gedraaid, na twaalf uur zouden we overschakelen op muziek uit de jaren 90. Ik kon nauwelijks op nummers komen die in de jaren 80 gemaakt waren.

Tijdens het aftellen naar twaalf uur liep het beeld op de televisie vast.

Buiten dronken we champagne en keken naar groot vuurwerk in de verte. Weer binnen luisterden we naar de Spice Girls en Aphex Twin. Ik stond op en zong alle nummers mee met een bierfles als microfoon. Ik werd steeds minder blij en zong steeds harder mee, omdat ik bang was dat ik moest huilen als ik stil was.

Oscar zat op de bank en keek naar me. Ik wist niet wat hij dacht.
‘Ik mis je,’ wilde ik zeggen. In plaats daarvan zei ik dat ik naar de kroeg ging. Iemand vroeg of ik een kwartier wilde wachten, dan konden we samen gaan.
‘Ik moet nu weg,’ zei ik. ‘Ik krijg een emotionele dronk en ik word er niet leuker op als ik langer blijf.’

In de kroeg sprak ik iemand die zei dat hij geen vrouwen durfde te versieren. Ik zei dat ik zijn wingwoman wel wilde zijn.
‘Wat doe je hier ├╝berhaupt in een kroeg vol mensen die veel ouder zijn dan jij?’ vroeg ik.
De jongen vertelde over zichzelf.
‘Je moet professionele hulp zoeken,’ zei ik.
De jongen vroeg of hij mijn nummer mocht.

Toen ik aan mezelf dacht, werd ik verdrietig. Ik vertrok.

Thuis haalde ik het karton van het dekentje dat ik van Aurore kreeg en huilde tot mijn plakwimpers loslieten.