Jaar in muziek – #2: Controleer mij

Maanden heb ik me verheugd op het jaaroverzicht van Spotify. Deze lijst laat zien welke honderd nummers je het afgelopen jaar het meest geluisterd hebt. Het overzicht is eerlijk en keihard. In 2014 stond Cody Simpson bij mij hoog genoteerd. Vorig jaar Captain Jack.

Mijn jaaroverzicht bleek dit jaar keer relatief onbeschamend. Van de honderd nummers uit de lijst schrijf ik (ongeveer in chronologische volgorde) over de tien die me het meest bijgebleven zijn.

#2: Roosbeef – Controleer mij

Er zijn weinig liefdesliedjes die ik geloof. Wanneer muziek over de liefde gaat, lijkt het onderwerp doorgaans meer voor de vorm dan voor de inhoud gekozen te zijn. Liefdesliedjes klinken als kopieën van kopieën, waarop tussen het kopiëren door driftig geplakt, getekend en bijgeschreven wordt. Het resultaat is soms prachtig en weinig overtuigend.

Als ik John Lennon over Yoko hoor zingen, geloof ik hem. Waarom zijn nummers niet als een kopie klinken, kan ik niet beredeneren.

Misschien zijn de liefdesliedjes waarin ik me herken als ik ze voor het eerst hoor, de liedjes die ik geloof. Heeft het niets met oorspronkelijkheid te maken, of kwaliteit.

Misschien gaat het aangesproken worden en maak ik er een logisch verhaal van, zodat ik begrijp wat er gebeurt.

Misschien is dat liefde.

Lees ook:
#10: Wir setzen uns mit Tränen nieder
#9: Op de Grote Stille Heide

#8: La Stravaganza
#7: Killing in the Name
#6: Linde met een E
#5: Don’t Panic
#4: Hang Wire
#3: Swan Lake

Jaar in muziek – #3: Swan Lake

Maanden heb ik me verheugd op het jaaroverzicht van Spotify. Deze lijst laat zien welke honderd nummers je het afgelopen jaar het meest geluisterd hebt. Het overzicht is eerlijk en keihard. In 2014 stond Cody Simpson bij mij hoog genoteerd. Vorig jaar Captain Jack.

Mijn jaaroverzicht bleek dit jaar keer relatief onbeschamend. Van de honderd nummers uit de lijst schrijf ik (ongeveer in chronologische volgorde) over de tien die me het meest bijgebleven zijn.

#3: Madness – Swan Lake

Ik maakte een lijst met tien nummers waar ik iets over wilde zeggen. Dit nummer heeft te maken met het concert van Madness dat ik bezocht. Ik was verdrietig die dag. Ik voerde een moeilijk gesprek die dag. De vriend met wie ik naar het concert zou gaan, was ziek. Het was een mooi concert, het gaf niet dat ik in mijn eentje was gegaan. Weer thuis voerde ik een telefoongesprek met een goede vriendin.

Ik weet alles nog, alles. Behalve wat ik hierover wilde zeggen.

Lees ook:
#10: Wir setzen uns mit Tränen nieder
#9: Op de Grote Stille Heide

#8: La Stravaganza
#7: Killing in the Name
#6: Linde met een E
#5: Don’t Panic
#4: Hang Wire

Jaar in muziek – #4: Hang Wire

Maanden heb ik me verheugd op het jaaroverzicht van Spotify. Deze lijst laat zien welke honderd nummers je het afgelopen jaar het meest geluisterd hebt. Het overzicht is eerlijk en keihard. In 2014 stond Cody Simpson bij mij hoog genoteerd. Vorig jaar Captain Jack.

Mijn jaaroverzicht bleek dit jaar keer relatief onbeschamend. Van de honderd nummers uit de lijst schrijf ik (ongeveer in chronologische volgorde) over de tien die me het meest bijgebleven zijn.

#4: Pixies – Hang Wire

Bij concerten ben ik me meestal bewust van de situatie waarin ik me bevind. Ik sta in het publiek, er staan muzikanten op het podium. De muzikanten spelen. Krijgen veel geld. Of een beetje. Soms niets. De gitarist maakt een groots gebaar, maar hij is ongeloofwaardig, misschien heef hij net een lastig gesprek met zijn moeder gevoerd. Het is gek dat we hier staan, dat we op een plek leven waar de afspraak bestaat dat als een mensen iets moois kunnen, ze een podium krijgen en dat er dat dan mensen komen kijken die op vaste momenten de vlakke handpalmen tegen elkaar meppen.

Dit jaar gebeurde me dat een keer niet.

Lees ook:
#10: Wir setzen uns mit Tränen nieder
#9: Op de Grote Stille Heide

#8: La Stravaganza
#7: Killing in the Name
#6: Linde met een E
#5: Don’t Panic

Jaar in muziek – #5: Don’t Panic

Maanden heb ik me verheugd op het jaaroverzicht van Spotify. Deze lijst laat zien welke honderd nummers je het afgelopen jaar het meest geluisterd hebt. Het overzicht is eerlijk en keihard. In 2014 stond Cody Simpson bij mij hoog genoteerd. Vorig jaar Captain Jack.

Mijn jaaroverzicht bleek dit jaar keer relatief onbeschamend. Van de honderd nummers uit de lijst schrijf ik (ongeveer in chronologische volgorde) over de tien die me het meest bijgebleven zijn.

#5: Coldplay – Don’t Panic
Aangepast 27-12-2016 13:05
Iemand zei na het lezen van dit blog dat de eerste plaat van Coldplay best goed was. Vooruit. Er stond er nog een nummer van Coldplay in mijn Spotify-lijst. Met een hogere notering.


#5: Coldplay – The Scientist
Ik zou willen zeggen dat ik er kapot van was, maar dat is onwaar. Alles zou beter worden, dat was duidelijk. Er was iets kapot, maar ik was het niet.

Een woord als ‘verdrietig’ omschrijft ook niet hoe het met me ging. Daarvoor reikte het gevoel te ver en kon ik er te weinig vat op krijgen.

Er zijn geen begrippen die de lading van onze emoties dekken, al geloven we graag anders. Zolang we geloven dat we kunnen uitleggen hoe we ons voelen, hebben we wat met elkaar te delen. En zolang we wat te delen hebben, hebben we bestaansrecht.

Daarom vertelde ik over het aantal uren dat ik per etmaal in bed lag. Ik vertelde over hoe ik anderen telefonisch op de hoogte wilde brengen en tijdens het eerste woord dat ik uitsprak al niet meer te verstaan was. Ik vertelde over hoe ik zelfs geen patat meer kon eten. Ik vertelde over snot. Ik vertelde over stinken. Ik vertelde over spijt en ik vertelde over spijt van de spijt. Ik vertelde over altijd alleen zullen blijven en hoe ik me daar bij neer had gelegd, al meende ik dat laatste niet.

De reacties waren zoals reacties zijn. ‘Och, liefje’ en ‘heus niet’ en ‘natúúrlijk vind je dat’. Met taal drukken we vaker ons onvermogen uit, dan ons begrip.

Het moment waarop ik me voor het eerst begrepen voelde, of gehoord (of wat is eigenlijk het verschil tussen die twee en waar ontmoeten ze elkaar), was het moment waarop het me voor het eerst lukte om de aardigheid van mijn misère in te zien.

‘Afgelopen maandag was het zo erg,’ zei ik, ‘dat ik Coldplay op heb gezet.’

Geen zinnen. Geen woorden. Geen afgebakende eenheden. De glimlach die ik kreeg, kon alles betekenen, en betekende precies dat.

Lees ook:
#10: Wir setzen uns mit Tränen nieder
#9: Op de Grote Stille Heide

#8: La Stravaganza
#7: Killing in the Name
#6: Linde met een E

Jaar in muziek – #6: Linde met een E

Maanden heb ik me verheugd op het jaaroverzicht van Spotify. Deze lijst laat zien welke honderd nummers je het afgelopen jaar het meest geluisterd hebt. Het overzicht is eerlijk en keihard. In 2014 stond Cody Simpson bij mij hoog genoteerd. Vorig jaar Captain Jack.

Mijn jaaroverzicht bleek dit jaar keer relatief onbeschamend. Van de honderd nummers uit de lijst schrijf ik (ongeveer in chronologische volgorde) over de tien die me het meest bijgebleven zijn.

#6: Lucky Fonz III – Linde met een E

Het was lastig me op mijn gemak te voelen op Het Tuinfeest afgelopen zomer. Ik had poëzie net ontdekt en begaf me in een wereld voor grijze hoofden die instemmend naar elkaar knikten, namen als Vestdijk fluisterden en beheerst citaten oplepelden waarvan ik het niet door zou hebben als ze ter plekke verzonnen waren.

Ik ben onzeker, zegt men. Dat wat anderen onzekerheid noemen, vind ik een goede eigenschap en een teken van realistisch naar jezelf kunnen kijken. Zelfverzekerdheid vind ik in veel gevallen een behoorlijke vergissing.

Er zijn situaties waarin mijn onzekerheid te grote vormen aanneemt en omslaat in ongemak. Wanneer ik me tussen mensen begeef die meer weten dan ik, krijg ik het gevoel dat er met blokletters BUITENSTAANDER op mijn hoofd staat.

De eerste keer dat ik het buitenstaandersgevoel ervoer behoort tot een van mijn scherpste herinneringen, ondanks het bier dat ik die avond had gedronken. Mijn relatie eindigde vlak na kerst en ik reisde op oudejaarsdag met de trein naar een verre vriend. Hij nam me mee naar een ingetogen thuisfeestje van Arnhemse kunstacademiestudenten. Ik voelde me er op mijn gemak, totdat iemand in een gesprek ‘ja, net als de blauwe periode van Picasso’ riep, waarop alle gasten hun hoofd achterover gooiden en bulderden van het lachen. Ik begreep de grap niet, begreep wel dat ik hier eigenlijk niet hoorde en dronk mijn bier leeg.

Een hele groep bestempelen tot ‘zij die het wel weten’, is een malle vergissing. Vooral doordat ik mensen die elkaar niet kennen, nooit eerder gezien hebben en waarschijnlijk weinig met elkaar te delen hebben, in één groep plaats.

Lucky Fonz III trad op tijden Het Tuinfeest. Voor mij stond een kalende man met intelligente bril. Hij droeg een grote jas, zo’n wijde die de wind gemakkelijk vangt en de man dan waarschijnlijk nog imposanter doet voorkomen.

Lucky Fonz III speelde Linde met een E.  Ik heb veel geluisterd naar Linde met een E. Ik weet niet waarom, want ik vind het een onnozel liedje. Maar misschien luisterde ik daardoor juist. De man voor me vond het prachtig. Iedere keer dat hij ‘Oh…. Linde, Linde’ hoorde, richtte hij zich wat op, om vervolgend het dik aangezette ‘ja ja ja ja jaaaaa’ hard mee te zingend. Schuddend met zijn hoofd, lachend en proestend. Het werd steeds vermakelijker om naar te kijken, en opeens viel voor mijn ogen de intimiderende grijze groep bezoekers uit elkaar tot individuen. Mensen met eigen humor, smaak, karaktereigenschappen, herinneringen en een eigen belevingswereld.

Lees ook:
#10: Wir setzen uns mit Tränen nieder
#9: Op de Grote Stille Heide

#8: La Stravaganza
#7: Killing in the Name

Jaar in muziek – #7: Killing in the Name

Maanden heb ik me verheugd op het jaaroverzicht van Spotify. Deze lijst laat zien welke honderd nummers je het afgelopen jaar het meest geluisterd hebt. Het overzicht is eerlijk en keihard. In 2014 stond Cody Simpson bij mij hoog genoteerd. Vorig jaar Captain Jack.

Mijn jaaroverzicht bleek dit jaar keer relatief onbeschamend. Van de honderd nummers uit de lijst schrijf ik (ongeveer in chronologische volgorde) over de tien die me het meest bijgebleven zijn.

#7: Rage Against The Machine – Killing in the Name

Dit was het jaar van mijn eenendertigste verjaardag. Ik leerde eindelijk accepteren dat ik ouder word. De grootste crisis heb ik gehad rond mijn achtentwintigste. Ik kreeg door dat ik al lang niet meer bij een groep mensen hoorde, waar ik me nog mee identificeerde. Ze noemden me mevrouw.

Vorig jaar, op mijn dertigste verjaardag besloot ik dat ik de stad in wilde. Ik ging niet meer uit, maar wilde me graag jong voelen. Ik ontdekte dat je je niet per se jong voelt, als je je tussen jonge mensen begeeft.

Afgelopen zomer bleek het mogelijk om als dertiger nog plezier te hebben in de binnenstad van Groningen. Ik was in De Kar. Het was er druk, ik zat er met vrienden en een jongen die ik eens eerder gezien had. We dronken bier, maakten grapjes en zongen hard mee met System of a Down.

De eerste gitaren van Killing in the Name klonken. Ik kwam overeind, pakte anderen bij de arm en sleurde ze langs zweterige onbekenden mee naar de dansvloer.

Fuck you, I won’t do what you tell me.
Ik sprong.
Fuck you, I won’t do what you tell me.
Ik sprong hard en hoog en voelde het klotsen in mijn buik.
Fuck you, I won’t do what you tell me.
Om me heen herkende ik gezichten van vroeger.
Fuck you, I won’t do what you tell me.
Ik kon het niet te laat maken, want ik had een late dienst de volgende dag.
Fuck you, I won’t do what you tell me.
Mijn omgeving leek nog harder te bewegen dan ik.
Fuck you, I won’t do what you tell me.
Ik was buiten adem, maar negeerde dat.
Fuck you, I won’t do what you tell me.
De jongen die ik vaag kende probeerde me iets te zeggen.
Fuck you, I won’t do what you tell me.
‘Sorry, wat zei je?’
Fuck you, I won’t do what you tell me.
Mijn haar plakte aan mijn wangen.
Fuck you, I won’t do what you tell me.
‘Ik zei, wat zei je?’
Fuck you, I won’t do what you tell me.

‘Ik zei: wat zijn de mensen hier oud.’

Lees ook:
#10: Wir setzen uns mit Tränen nieder
#9: Op de Grote Stille Heide

#8: La Stravaganza

Jaar in muziek – #8: La Stravaganza

Maanden heb ik me verheugd op het jaaroverzicht van Spotify. Deze lijst laat zien welke honderd nummers je het afgelopen jaar het meest geluisterd hebt. Het overzicht is eerlijk en keihard. In 2014 stond Cody Simpson bij mij hoog genoteerd. Vorig jaar Captain Jack.

Mijn jaaroverzicht bleek dit jaar keer relatief onbeschamend. Van de honderd nummers uit de lijst schrijf ik (ongeveer in chronologische volgorde) over de tien die me het meest bijgebleven zijn.

#8: Vivaldi: La Stravaganza – Concerto No. 6 in G minor, RV 316a

Eens in mijn leven zou ik een sportieve prestatie leveren. Eén keer maar, om mezelf te bewijzen. Om te laten zien dat ik meer was dan het meisje dat altijd als een na laatste gekozen werd bij gym.

Ik heb me meerdere malen ingeschreven voor de Vier Mijl. Na het doen van die inschrijving rende ik dan een paar honderd meter en gaf het op. Dit jaar schreef ik me in voor de honderdste Nijmeegse Vierdaagse. Lopen leek me gemakkelijker dan hollen. Voor deze speciale editie waren mijn kansen om ingeloot te worden klein, doordat ik niet eerder meegedaan had. Toch mocht ik meedoen.

Ik kocht wandelschoenen en liep. Vijftien kilometer leek mee een goede start. Dat viel tegen, vooral doordat de uren lang duurden. Na het doen van meerdere lange wandelingen, werden de minuten korter en kwam de horizon steeds dichterbij te liggen.

In Nijmegen zou ik vier keer veertig kilometer lopen. Hoewel ik te laat begon met trainen, wilde ik graag eens vijftig kilometer gewandeld hebben. Ik kan vijftig kilometer lopen, dus veertig kan ik ook, zou ik in Nijmegen dan denken op moeilijke momenten. Ik nam ’s ochtends de bus naar de haven bij het Lauwersmeer. Via fietsknooppunten zou ik mijn weg naar Groningen terugvinden.

Van het Lauwersmeer tot aan Zoutkamp was de wandeling waanzinnig mooi. Het waaide, de luchten waren woest en donker en de wolken waren log. In de berm zwaaiden halmen heen en weer alsof ze mechanisch aangedreven werden. Het gesuis van de wind overstemde de muziek die ik door mijn koptelefoon hoorde.

Doordat ik Zoutkamp ken, had ik daar het gevoel dat ik bijna thuis was. Dit gevoel was onterecht. Het begon te regenen. Behoorlijk. De poncho die ik geleend had, bleek naar kattenpis te ruiken. Onder de poncho was alles al doorweekt. Ik had mooie zinnen in mijn hoofd, maar het water viel met zo’n geweld van boven, dat ik ze niet op kon schrijven. Ik vergat ze.

Het Groninger landschap verloor zijn romantiek. Ergens midden in de velden stopte een auto met daarin een betrouwbare man met kind. Ik mocht meerijden. Ik zei dat ik kilometers moest maken. Dat klopte, maar ik wilde geen kilometers maken. Ik wilde droog en warm en stilzitten.

Ergens in de buurt van de stad Groningen, kwam ik op een totaal ongeschikte wandelweg terecht. De weg was onderdeel van het fietsknooppuntennetwerk, maar ik kan me niet voorstellen dat het er prettig fietsen was. Voor auto’s was het een eenrichtingsweg, ik liep het verkeer tegemoet. Het was een uur of vijf, de auto’s vormden net geen file. Doordat iedereen steeds voor me uitweek, besloot ik in de berm te lopen. De berm was ongemaaid en drassig. Ik moest grote struisvogelpassen maken, zakte weg in de modder, voelde blaren ontstaan op mijn pijnlijke voeten, automobilisten schrokken van me en ik wist niet hoe lang het allemaal nog zou duren.

Bij het Van Starkenborghkanaal kreeg ik mijn goede gemoed wat terug. Het regende nog maar zachtjes en ik kon mijn wandelschoenen vervangen voor droge gympen. Ik had pijn, maar dat deerde niet meer. Het leed aan mijn voeten was inmiddels mijn nieuwe nullijn. Ik zette La Stravaganza op. Een half uur, drie kwartier misschien, liep ik alsof ik maar net de deur uitstapte. Daarna leek mijn huis weer verder dan ooit.

Lees ook:
#10: Wir setzen uns mit Tränen nieder
#9: Op de Grote Stille Heide

Jaar in muziek – #9: Op de grote stille heide

Maanden heb ik me verheugd op het jaaroverzicht van Spotify. Deze lijst laat zien welke honderd nummers je het afgelopen jaar het meest geluisterd hebt. Het overzicht is eerlijk en keihard. In 2014 stond Cody Simpson bij mij hoog genoteerd. Vorig jaar Captain Jack.

Mijn jaaroverzicht bleek dit jaar keer relatief onbeschamend. Van de honderd nummers uit de lijst schrijf ik (ongeveer in chronologische volgorde) over de tien die me het meest bijgebleven zijn.

#9: Duo Karst – Op de grote stille heide

Op de middelbare school ontdekte ik muziek als middel om te laten zien wie ik was of wilde zijn. Ik deed een cd van Roni Size in mijn discman als ik in de buurt was van de roodharige blower op wie ik indruk wilde maken. Het leek me een waterdichte tactiek, totdat ik een andere blower hoorde zeggen dat hij zich stoorde aan iemand die precies hetzelfde deed als ik. Ik was gewaarschuwd.

Inmiddels is het tonen van onze goede smaak niet meer voldoende. Te gemakkelijk. We gebruiken onze slechte smaak, om te tonen wie we werkelijk zijn. Guilty pleasures. Ik probeer de term niet te gebruiken. Als het indelen van muziek in ‘goed’ en ‘slecht’ al mogelijk is, ben ik niet de juiste persoon om dit te doen.

Ik vind het leuk te koketteren met het deel van mijn muzieksmaak, dat anderen niet waarderen. Britney Spears. Spice Girls. Avicii. Al vind ik die laatste lastig koketteerbaar, doordat ik niet weet hoe ik de naam uit moet spreken. Daar word ik onzeker van. Waarschijnlijk komt het gepronk met mijn slechte smaak voort uit diezelfde onzekerheid en verwacht ik dat anderen positiever over me gaan denken wanneer ze weten dat ik ‘Bitch, I’m Madonna’ meeneurie.

Er zijn ook bands, albums en nummers die ik graag luister, waar ik eigenlijk niet over vertel. Ik vraag me af of er veel mensen zijn die dit onderscheid met mij maken en of ze zich er bewust van zijn. En hoeveel je ergens bewust van zijn verschilt van iets bewust doen.

Lees ook:
#10 Wir setzen uns mit Tränen nieder

Jaar in muziek – #10: Wir setzen uns mit Tränen nieder

Maanden heb ik me verheugd op het jaaroverzicht van Spotify. Deze lijst laat zien welke honderd nummers je het afgelopen jaar het meest geluisterd hebt. Het overzicht is eerlijk en keihard. In 2014 stond Cody Simpson bij mij hoog genoteerd. Vorig jaar Captain Jack.

Mijn jaaroverzicht bleek dit jaar keer relatief onbeschamend. Van de honderd nummers uit de lijst schrijf ik (ongeveer in chronologische volgorde) over de tien die me het meest bijgebleven zijn.

 

#10: Bach – Wir setzen uns mit Tränen nieder (Matthäus Passion)

Bach wist me niet eerder te verleiden. Het zal er mee te maken hebben dat ik niet opgegroeid ben met klassieke muziek en er ook later weinig mee in aanraking ben gebracht. Dat Chopin me hielp als ik me moest concentreren, vond ik vijf jaar geleden al een behoorlijke ontdekking. (Dat, en Turandot. De keer dat ik deze opera op cd aanschafte is de moeite van het vertellen waard. Herinner me hier gerust aan.)

Aan de Matthäus Passion is het moeilijk ontsnappen. Toch lukte het me lange tijd uitstekend. Ik heb geen televisie en kijk vrij selectief dingen terug op internet. Vaak komt dat neer op het zien van programma’s als Ex on the Beach Double Dutch en pretenderen dit vanuit antropologisch oogpunt te doen. Verantwoorde documentaires en nieuwsitems komen heus voorbij, maar Bach bleef buiten.

Binnen de instelling waar ik werk, is de Matthäus Passion aanwezig vanaf de tijd dat ze ook in de rest van het land op begint te duiken. Op mijn werk. Niet te ontlopen, niet te missen. Wir setzen uns mit Tränen nieder bleef aan me kleven. Ik vond het mooi en interessant. Het bleek een verslavend stuk muziek en ik luisterde er steeds vaker naar.

Ik heb vaker repeatliedjes. Doorgaans ben ik die na een aantal dagen zat. Dit repeatliedje was anders. Had kwaliteit. Liet het toe om wekenlang beluisterd te worden, tot het een kleine obsessie werd. Het leek het meest waarachtige dat ik kon luisteren en daarom kwam het niet in me op om nog andere muziek op te zetten.

En toen begon het huilen. Kleine weenbuitjes eerst, terwijl ik met opgetrokken benen in mijn comfortabele stoel zat. Iets grotere buien vervolgens, met dikke tranen. Tot ik huilde alsof het mijn verdriet was, waar ik naar luisterde. Lelijk, hardop, met snot, een vertrokken hoofd en een compleet gebrek aan waardigheid.

In plaats van dat dat opluchtte, blééf ik huilen. Op de fiets, met roodbetraande wangen en gebogen hoofd als ik voor het stoplicht stond. Nog net ingehouden, als ik met een blauw mandje aan mijn arm boodschappen deed. In de trein, met magere biggeltranen en mijn haren voor mijn gezicht gehangen. Voor iemands deur, vlak nadat ik aangebeld had. Dat was het moment waarop ik een grens trok. Geen Bach meer. In elk geval niet meer tot aan de uitvoering, waar ik inmiddels kaarten voor had gekocht.

Niet de bedoeling

‘Ben je afgevallen?’

Mijn moeder heeft pompoensoep gemaakt. Het smaakt goed. Het is even geleden dat we elkaar zagen. Je kan elkaar op de hoogte houden van wat er gebeurt in je leven, maar je weet pas hoe het met de ander gaat, zodra je elkaar in de ogen kijkt.

‘Ja,’ zeg ik. ‘Goed, he?’
‘Hoeveel weeg je?’
‘Vijfenzeventig kilo.’

Er was een tijd dat ik al blij was met het bereiken van een gezond BMI. In de leuke statistieken passen. Dat is inmiddels flink wat kilo’s geleden. Inmiddels ben ik er blij mee dat ik niet meer schrik van stulpsels als ik mezelf onverwachts in de spiegel zie. Ik ben zelfs aardig tevreden met mijn weerspiegeling, zeker wanneer ik een gunstige houding aanneem, voordat ik mezelf bekijk.

‘Gaat het goed met je?’
‘Het gaat prima.’
‘Eet je wel?’
‘Mam. Hoe lang ken je me nu?’
‘Wat denk je zelf,’ zegt ze.
‘Je kent me eenendertig jaar, mam. En ik eet altijd. Al eenendertig jaar.’

Mijn moeder is stil. Ze neemt een hap van haar soep. Ze kijkt naar mij. Ze kijkt naar haar soep.

‘Het gaat prima,’ zeg ik.
Ze kijkt ernstig. ‘Ik ben toch je moeder.’

Mijn moeder maakt zich zorgen en dat is logisch. Het is nog maar een paar maanden geleden dat mijn lange relatie eindigde. En ze is toch mijn moeder.

‘Is je huis opgeruimd?’

Ik heb al een paar broodjes gegeten en zit eigenlijk vol. Toch trek ik een stuk van het brood af dat voor me ligt, haal het door de soep en steek het in mijn mond.

‘Nee, natuurlijk niet.’ Ik lach. ‘Maar je hoeft je geen zorgen te maken, hoor.’
‘Dat doe ik wel.’

Een bezorgde moeder is een naar gezicht, en bovendien lastig wanneer je het lijdend voorwerp bent. Dit gesprek vraagt om een wapen dat ik liever niet inzet.

‘Ik ben aan het daten, mama.’
‘Oh?’

Mijn moeder zit rechtop. Ik heb meteen spijt.

‘Ik wilde even geen chips eten, zodat ik minder pukkels zou hebben. Waarschijnlijk ben ik daardoor afgevallen.’
‘Met wie?’
‘Daar gaat het niet om.’
‘Hoe heet hij?’
‘Ik wil alleen zeggen dat het niet slecht met me gaat.’
‘Hoe oud is hij?’
‘Zesenveertig.’

Mijn moeder kijkt me recht in de ogen. Ze wil zien of ik het meen. Ik probeer een lach in te houden en trek daardoor een gek gezicht. Mijn moeder ziet dat, maar gelooft me toch. Ik zou immers ook gelachen hebben als het waar was.

‘Dat kan,’ antwoordt ze zo nonchalant mogelijk.
‘Tweeëndertig, hoor.’
‘Oké. Wat doet hij?’
‘Dit is lekkere soep, mam.’ Ik neem nog een hap. ‘Echt lekker.’