Ontmoeting

Ik heb een paar gewoonten die de gemiddelde hippie niet zouden misstaan. Mijn eigen deodorant maken, bijvoorbeeld. Dat heeft niets te maken met het boycotten van grote merken of het willen vermijden van producten met kleine stukjes plastic. Als ik iets anders gebruik dan mijn huisgebrouwen variant, kan ik na een uur of acht niet meer bij mezelf in de buurt zijn, vanwege de stank.

Het recept wordt veel gedeeld op internet en is simpel. Een deel kokosolie, een deel maïzena en een deel baking soda. Wie zich met zelfgemaakte verzorgingsproducten uit een jampotje bebotert, maar toch het gevoel wil hebben een luxueus smeersel te gebruiken, kan er een geurtje aan toevoegen.

Ik wilde eens iets nieuws proberen. Etherische olie had ik nodig.

Voor etherische olie ga ik naar de winkel met etherische olie. De winkel met etherische olie heeft ook esoterische boeken. Ik haal er mijn wierook. Als ik op een bijzonder labiel punt in mijn leven ben, koop ik er een hanger met minerale steen voor aan mijn ketting.

De mensen in deze winkel zijn de moeite van het afluisteren waard. De gesprekken de moeite van het aangaan ook.

Bij de kassa zette ik het flesje olie (palmarosa, ruikt naar roos, beweerden ze) op de houten toonbank. Op het laatste moment besloot ik er een pakje wierook bij te leggen. Winkels waar je bij het wachten naast een groot schap met wierook staat, winnen wat mij betreft van winkels met chocolade en kauwgom bij de lopende band.

‘Ooooh,’ zei de vrouw voor me in de rij met hoge stem, terwijl ze lange haren uit haar gezicht veegde, ‘Harmony-wierook. Lekker. Die had ik ook gewild. Helemaal vergeten’

Gealarmeerd door het woord Harmony keek ik naar het pakje dat ik op de toonbank had gelegd. Het was niet de wierook die ik had moeten pakken.

‘Neemt u hem maar,’ zei ik. ‘Ik heb per ongeluk de verkeerde genomen.’ Ik schoof het pakje haar kant op en haalde voor mezelf het juiste uit het wierookschap.

De vrouw trok haar smalle schouders een beetje op, draaide zich naar me toe en kneep haar ogen klein. Ze sprak op veelbetekenende toon.

‘Geen toeval, dit.’

Combinaties

1.
Ik kocht ondergoed. Het was voor het eerst dat ik dat bij een gespecialiseerde ondergoedwinkel deed. De dames in de zaak intimideerden me onbedoeld. Ik zette mijn chagrijnigste gezicht op, dat kostte weinig moeite. Een mooie bh had ik zo gevonden. De onderstukjes waren haast allemaal te stofloos naar mijn smaak.

Ik wrong me in lastige bochten en probeerde me voor te stellen hoe mijn blote billen er uit zouden zien in het zwarte slipje dat ik over mijn al even zwarte panty aangetrokken had. Vanaf de andere kant van het gordijn bood een van de winkeldames me haar hulp aan. Ik zei dat ik zou gillen, als ik hulp nodig had. Dat vond ze goed.

Bij het afrekenen van het setje (niet matchend, wel passend), wenste de kassa-dame me met de langste h die ik ooit hoorde “hhhhheel veel plezier”.

2.
Vanmorgen leerde ik pindakaas met kerriepoeder kennen. Op brood. Of een cracker. Na kort twijfelen, durfde ik te proeven. Schijnbaar wordt je leven er aardig wat leuker op, wanneer je je soms laat verbazen.

Geslaagde dates

1.
Vanaf de tafel waaraan ik zit, heb ik slecht uitzicht op de jongen en het meisje. Mijn tafelgenote en medebierdrinkster zegt me af en toe dat ik te opvallend omkijk.

De jongen en het meisje zitten aan de bar, beiden aan een hoek. Zij wil hem, hij lijkt zich nergens van bewust. Ik denk dat het collega’s zijn. Haar lange haren glanzen, ze heeft haar best gedaan.

De jongen heeft een grote jas mee. Hij kon hem op de lege kruk naast zich leggen, maar houdt hem vast op zijn schoot. Het is een flinke buffer.

Het meisje loopt naar buiten om te roken. Ze hijst aan haar sigaret, die ze midden tussen haar lippen vastgeklemd houdt. Met haar duimen is driftig berichten aan het versturen. Als ze met klinkende passen weer naar de bar loopt, kijkt ze verbeten.

Ik reken af en sta naast de jongen en het meisje aan de bar. Beiden bekijken ze hun telefoon. De jongen heeft Facebook openstaan en scrollt langzaam door de pagina. Het meisje bekijkt steeds wat anders. Ze zoekt door haar foto’s, opent een app en vervolgens iets dat op een to-dolijst lijkt.

2.
Op mannengeheim.nl ontdekken vrouwen grote geheimen die met mannen te maken hebben. Wanneer ze zich opgeven voor de nieuwsbrief, krijgen ze het “Het #1 Geheim Om Mannen Geobsedeerd Met Je Te Maken” te vernemen.

Tussen de uitleg over hoe gemiddeld begaafde mensen een gesprek op gang houden, staan tips die wat minder voor de hand liggen. Doe op een date met een man zijn kraag goed, ook als deze al goed zit. Haal wat eten bij zijn mondhoek weg, ook als er niets zit.

Knijp een man per ongeluk in zijn been, tussen zijn knie en zijn kruis.

De man achter de website is Tim Veninga. Tim is datingcoach en is zo vriendelijk geweest video’s te maken waarin hij uitleg geeft. Zo kunnen vrouwen die zich niet willen vermoeien met het lezen van de artikelen, ook geslaagde afspraakjes maken.

Tim zijn lievelingskledingstuk is een hemd.

3.
Vanavond ga ik met iemand wat drinken. Ik werd daar onrustig van, tot ik bedacht dat ik eigenlijk niet wil daten en dat elke uitkomst dus prachtig is.

Afgelopen weekend verfde ik mijn haar. Ik wilde het tot vandaag niet wassen, zodat de verf niet zou vervagen. Gisteren paste ik mijn favoriete jurk aan, vergat hem uit te trekken en smeerde er pindakaas in. Vandaag deed ik een paar lagen glitternagellak op mijn nagels. Ik ben de dertig voorbij, maar glitternagellak is altijd een goed idee.

Winden laten

Ik had het er laatst met iemand over nieuwe mensen ontmoeten. Daten.

Ik zei dat als ik ergens tegenop zie, het wel het laten van winden is. Er valt veel voor te zeggen om met een nieuw iemand in bed te slapen, maar alleen om de winden zou ik het al laten.

In mijn buik voel ik nog de pijn van ingehouden winden, in mijn gezicht voel ik nog de kramp van het geforceerd ontspannen kijken terwijl ik doe alsof mijn darmen zonder lucht zijn. Zodra de kans zich voordeed, rende ik naar een hoek van de kamer om ongezien te laten wat ik moest laten. Ik wapperde drie keer, spurtte terug naar het bed en hoopte dat mijn lichaam nog zo warm was, dat het niet op zou vallen dat ik onder de dekens weg was geweest.

Vandaag bedacht ik dat de winden-kwestie eigenlijk de eenzame versie van de ruzie over het dopje van de tandpasta is. Zoals die ruzie niet over tandpastadoppen gaat, gaat het bij de winden niet over winden. De onderliggende zaak is dat het lastig is niet de opgepoetste versie van jezelf te laten zien. Wanneer je een ander nog niet lang kent, probeer je zo lang mogelijk een paar kleine illusies in stand te houden.

Het is goed om de gepolijste versie van jezelf zo dicht mogelijk bij je ware zelf te houden.

Dat bedacht hebbende, misschien is het tijd dat ik een van die vrouwen word, die nooit winden laten.

Van de herfst houden

In groep 3 kreeg ik het schoolrapport dat ik de hele basisschool lang bij me zou houden. Op de voorkant stond een paddenstoel. Dat schreef je toen nog zonder discussie als paddestoel, en ik ben ervan overtuigd dat ik dat aan het einde van groep drie al foutloos kon.

Het rapport stelde me diep teleur, al voordat er een cijfer in genoteerd was. Alle rapporten hadden een foto op de voorkant. Dat was al erg genoeg, foto’s in plaats van vrolijke tekeningen van levenloze voorwerpen met een montere glimlach. Andere klasgenoten hadden nog een rapport met een paardenfoto weten te bemachtigen. Ik moest het doen met een afbeelding van een paddenstoel.

De paddenstoel was een vliegenzwam. Inmiddels weet ik dat ik het mooiste rapport had van de hele school. Ik ben van paddenstoelen gaan houden. Als ik in Amsterdam ben, kijk ik altijd bij mijn favoriete schreeuwerige touristenshop of ze mijn lievelingssokken met paddenstoelen nog hebben. De laatste keer dat ik er was, hingen ze er niet meer.

Ik ben ook van de herfst gaan houden. Die liefde ontstond waarschijnlijk doordat ik jarig ben in de herfst. Niets meer dan een positieve associatie. Inmiddels houd ik van de bladeren, de wind en het gevoel in mijn vingertoppen, wanneer ze net beginnen te prikken door de kou. Ik houd van soep en de dikke lucht in huis als er een kachel gloeit. Ik houd van dekentjes en de gordijnen dicht.

De afgelopen dagen voel ik me fantastisch. Het lijkt alsof ik alsof ik alles kan. Tegelijkertijd zie wat er allemaal aan mezelf mankeert en ik omarm die dingen. De rommel in huis stapelt zich in rap tempo om me op.

Ik vraag me af hoe het kan dat ik me zo voel. Mijn huidige omstandigheden zijn niet slecht te noemen, maar kan me ook niet goed herinneren hoe ik me de afgelopen jaren rond deze tijd voelde. Misschien zit er een patroon in mijn gevoelsleven. Meestal bereikt mijn stemming rond maart een dieptepunt. Zo aan het einde van de winter weet ik meestal niet meer wat het nut is, van al wat nuttig is in mijn leven.

Als het gevoel dat ik nu heb onderdeel is van een patroon, is mijn gevoelsleven misschien een soort achtbaan en dit het moment waarop je, zittend in het voorste wagentje, net over het hoogste punt getakeld wordt. Winderig, koud, een soort van gewichtloos en met een bovenmenselijk uitzicht.

Uren in de trein

Ik zat acht uur in de trein. Het liefst zou ik zeggen dat ik geen bestemming had, maar het lukt me niet te reizen zonder bestemming, zelfs niet als ik nergens heen wil. De bestemming werd Den Haag, ik zou er een portie plantaardige kibbeling eten en met zoveel mogelijk omwegen weer naar huis gaan.

Het lukt me normaal gesproken slecht om stil te zitten, maar in de trein heb ik weinig keuze. Die bewegingsbeperking is bevrijdend. Ik lees, kijk uit het raam, zit constant rechtop.

Tegenover me zat een man te lezen. How to Win Friends and Influence People. Ik vroeg me af of er ergens in het boek de tip staat het boek in het openbaar te lezen en zó onnatuurlijk hoog te houden, dat de titel voor iedereen goed te zien is.

In een stiltecoupé hoestte een vrouw ontzettend lang en naar. Je kon de fluimpjes uit haar longen horen spetteren. Later zong een man in een voor mij onbekende taal.

Na een overstap in Rotterdam, dacht iemand dat de trein de verkeerde kant op ging. Ik zei me dat niet uitmaakte, dat ik in de trein zat om te lezen.

Ik maakte niets mee. Het was een waanzinnige dag.

Ik wilde dansen

Iedereen fluisterde tegen me, want hij stond binnen gehoorafstand. ‘Hoe gaat het met je?’

Hij droeg een mooie trui.

Ik at Croky paprika uit de zak, verdedigde gepassioneerd de waarde van niet-eeuwige liefde en voelde me een Happinez-vrouw.

Ik dronk Warsteiner. Het was voor het eerst dat ik pils dronk, die ik niet lustte. Desalniettemin dronk ik Warsteiner.

Er stond een grote schaal met snoep op tafel.

In mijn hoofd werd het steeds gezelliger. Ik wilde dansen. De anderen waren moe, ziek of mijn ex. Ze wilden de muziek best harder zetten, maar ik zei dat ik draaiende lampen nodig had en overwoog even mijn plannen thuis voort te zetten, omdat ik daar een mooi discolampje heb.

Ik besloot in mijn eentje de stad in te gaan. De meesten vonden het een goed plan dat ik alleen de stad in ging. Ik voelde me aangemoedigd.

De stad was onwennig en jong. Op de dansvloer was weinig ruimte, terwijl ik veel ruimte gebruik. Wanneer ik mijn ogen een beetje sloot, bestonden anderen alleen wanneer ik ze raakte in mijn bewegingen. Ik zag ze niet, enkel kleuren en licht.

Bewust nuchter worden is elke keer een unieke ervaring. Het begon er dit keer mee dat ik de lampen zag, in plaats van lichten. Draaiende zwarte apparaten aan het plafond. Toen de mannen. Of jongens, waren ze. Ze wierpen onvaste glimlachjes.

Country Roads speelde. Ik pakte mijn tas van de rand van de dansvloer. Toen een van de jongens zag dat ik vertrok, aaide hij over mijn arm.

Aangesproken worden

In de trein naar huis zeg je ineens tegen je collega: ‘Ik ga zo nieuwe kleren kopen.’ Je vat het plan pas terwijl je het zegt. ‘Rokjes zeker,’ zegt hij. Je bevestigt dat.

Jullie praten even over nieuwe kleding en op stap gaan. In de tijd dat hij uitging, kocht hij vaak nieuwe T-shirts.

Je denkt aan rokjes, uitgaan, mannen, panty’s en het bier dat nog in je koelkast staat van je gezapige verjaardag. Je denkt aan het hebben van heel slechte seks en weet dat dat na de juiste therapie helemaal geen last hoeft te blijven. Je wil je haar verven.

Dit wordt een nihilistische periode, denk je content. En: dat woord zoek ik op, voordat ik vanavond met dubbele tong mijn nieuwste levensfilosofie verkondig.

Het is druk in de winkelstraten, alsof het binnen een week kerst is. Iedereen met kleding in de handen, heeft een moeder mee. Er hangt niets leuks in de rekken.

Op weg naar de vierde winkel, word je aangesproken door een straatkrantverkoopster. Je koopt een krant en vraagt of het een beetje loopt. ‘Ik kan niet zeggen dat ik veel verkocht heb,’ zegt ze. ‘Maar ik mag niet klagen.”

Ongemakken (Twitter)

1.
Ik sprak met iemand af om koffie te drinken. Het was geen date. We zagen elkaar voor het eerst en zeiden dat we zoiets anders nooit deden, een zin die gepast had in veel gekkere situaties. We vielen weinig stil. Ze twijfelde over een tweede kop koffie, ik wilde wel thee. We bestelden nog wat. Voor ze haar tweede kop leeg had, zag ik dat ik weg moest. Afscheid nemen van iemand die je niet kent, is ingewikkeld en ik had er niet over nagedacht. Het werden drie zoenen, ik weet niet of dat had gemoeten.

2.
Ik ging naar een concert en wist dat er iemand was die ik online ken. Hij stond ongeveer naast me tijdens het optreden, dacht ik. Ik wist het niet zeker en hij maakte geen oogcontact, dus ik zei niets. Vlak voor ik vertrok, besloot ik wat alsnog iets tegen hem te zeggen. ‘Dus toch’, zei hij. Ik zei dat ik gauw naar huis moest, slapen, ik moest vroeg opstaan.

3.
Online heb ik contact gehad met iemand die ik al eens in het echt heb gezien. Morgen zie ik hem waarschijnlijk weer. Ik zal hem herkennen, hij mij niet. We kunnen niet met elkaar praten en ik heb gezegd dat ik net zo lang zou wuiven, tot hij begrijpt dat ik het ben. Ik geloof niet dat ik dat werkelijk durf.

Of ik wat wil drinken

Het ziet er vast ontspannen uit, hoe ik in een onesie met te korte broekspijpen op bed zit. Een nest heb ik gebouwd, van kussens, kleden en de versleten slaapzakken die vroeger mee naar Frankrijk gingen. Laptop leunend op mijn linkerbovenbeen.

In mij heerst paniek.

Iemand heeft gevraagd of ik wat wil drinken en we hebben elkaar nooit ontmoet. Ik weet niet wat er bedoeld wordt met wat drinken, dus ik weet niet wat ik moet zeggen. Mijn reactie leert me iets. Een van de voordelen van een relatie voor mij was kennelijk, dat ik mijn sociale onhandigheid erachter kon verbergen.

En de vrager stuurde ook nog eens een foto van een mooi, symmetrisch hoofd.

Twee mogelijkheden:

1.
Een drankje drinken is een drankje drinken. Dat doe ik vaker, maar doorgaans ken ik de drankjesdrinker dan al. Of er is een aanleiding, zoals het geven van een stekje van mijn pannenkoekplant.

Ik hoef me niet druk te maken over ongemakkelijke situaties. Een paniekreactie is in een dergelijk scenario volstrekt overdreven.

2.
Een drankje drinken is een date. Paniek is onnodig, maar begrijpelijk. Ik ben onvoorbereid op gevraagd worden. Ik was net bezig te bedenken hoe ik mezelf zo eerlijk mogelijk zou kunnen verkopen, mocht het ooit nodig zijn. Zette puntsgewijs de zaken onder elkaar die ik in mijn contactadvertentie zou zetten.

Het eerste dat ik zou vermelden is dat mijn hoofd in het echt er zelden zo voordelig uitziet als op het internet. In werkelijkheid ben ik niet flatterend zwart-wit gekleurd, aardig belicht en netjes opgemaakt. Je zult me meestal niet vanuit precies de juiste hoek bekijken. Ik heb vaak puistjes.

Volgens de laatste meting ben ik 1.80. Op dit moment heb ik ze niet, maar ik zou graag weer hakken dragen. Ik heb putjes, regelmatig blauwe plekken en verwassen tatoeages op ordinaire plekken. Ik ben wat te zwaar.

Ik zou schrijven dat ik haast nooit twee dezelfde sokken draag en dat dat misschien grappig lijkt, maar het gevolg is van een groter probleem. Ik ben chaotisch, ik ben zo chaotisch dat er geen ritalin tegenop kan en ik liever geen visite krijg. Mijn woonkamer lijkt een verstilde oerknal en in mijn keuken borrelt altijd de nieuwe oersoep.

Mijn wc-papier is regelmatig op. Ik heb veel onnodige spullen. Als ik ’s ochtends haast heb, gebruik ik maïzena als droogshampoo.

Soms slaap ik een week op de bank, omdat ik het fijn vind me een beetje ontheemd te voelen.

Musea maken me vaak chagrijnig. Ik kan slecht naar stilstaand beeld kijken. De Late Rembrandt vond ik een leuke tentoonstelling, omdat ik er veel foto’s van achterhoofden kon nemen. Ik lees haast nooit een boek uit en heb moeite me te concentreren op films.

Ik heb nergens echt verstand van. Het is voor mij belangrijk dat anderen me intelligent vinden en daar geneer ik me voor. Wanneer ik me onzeker of ongemakkelijk voel, doe ik zó hard alsof ik zelfverzekerd ben, dat niemand het meer gelooft.

Vergeef me mijn gebrek aan romantiek, maar ik houd niet van rozen en beren met hartjes in de handen. Ik wil niet trouwen. Ik wil geen kinderen.


Als mensen zeggen dat ik ‘even rustig moet doen’, word ik boos en laat dat vervolgens niet merken.